Rachel als symbool van het zionisme

Beeld van Moeder Rachel in kibboets Ramat Rachel. Foto’s: A. Muller

Een groot, zwaar hek schuift opzij. Een grenswacht laat de bezoekers de zwaar beveiligde weg naar het Graf van Rachel opdraaien. Rechts ligt de wijk Gilo van Jeruzalem, voor het Palestijnse stadje Beit Jala, dat een overwegend christelijke bevolking heeft. Lopen op deze weg is verboden. Alleen bussen en auto’s zijn toegestaan.

Mannen in gebed bij het Graf van Rachel

Een groot, zwaar hek schuift opzij. Een grenswacht laat de bezoekers de zwaar beveiligde weg naar het Graf van Rachel opdraaien. Rechts ligt de wijk Gilo van Jeruzalem, voor het Palestijnse stadje Beit Jala, dat een overwegend christelijke bevolking heeft. Lopen op deze weg is verboden. Alleen bussen en auto’s zijn toegestaan.

Vijfhonderd meter verderop –in het noorden van Bethlehem– bevindt zich de parkeerplaats die bij het Graf van Rachel is aangelegd. Een stelsel van betonnen muren heeft deze voor Joden heilige plek afgesneden van de rest van de (nu Palestijnse) Geboortestad en aan Israël vastgeklonken.

Onrust

Over het Graf van Rachel is in Israël onrust ontstaan nu Unesco, de culturele tak van de Verenigde Naties, heeft vastgesteld dat het als moskee moet worden gezien. Tegelijk bepaalde Unesco dat de Grot van de Aartsvaders bij Hebron als „een deel van de bezette Palestijnse gebieden” wordt aangemerkt.

In de loop van de jaren heeft het Graf van Rachel een ware metamorfose ondergaan. Uit tekeningen en oude foto’s blijkt dat het graf door vier pilaren was omgeven en door een koepel werd overdekt. Het stond in een idyllische omgeving. De Turken gaven de Joodse filantroop Moses Montefiori in 1841 toestemming om een kamer aan het graf toe te voegen. Joden zouden er zo ongestoord kunnen bidden.

Hoewel het graf een belangrijke Joodse heilige plaats was, werd in een eerste versie van het Tweede Osloakkoord in 1995 bepaald dat de rustplaats bij Palestijns autonoom gebied zou worden gevoegd. Dat wil zeggen: bij een gebied dat onder burgerlijke en militaire controle van de Palestijnse Autoriteit staat. Dat zou de Joodse toegang tot deze gewijde grond onzeker hebben gemaakt. Joodse Israëliërs mogen normaal gesproken deze gebieden niet in.

Twee Knessetleden, Hanan Porat en Menachem Porush, wendden zich in datzelfde jaar echter tot premier Jitschak Rabin om te pleiten voor Israëlisch bestuur van het graf. Hanan Porat voerde het woord. Opeens brak de hoogbejaarde Porush in een huilbui uit. „Maar Jitschak”, zei hij met tranen in de ogen, „het gaat om mama Rochel.” Rabin zweeg. Hij liep naar de telefoon en belde de minister van Defensie. Dat was destijds Shimon Peres, de huidige president. Rabin vertelde hem: „Het Graf van Rachel komt in gebied C.” Dat wil zeggen dat het graf volgens de premier in een gebied kwam te liggen dat onder volledig Israëlisch burgerlijk en militair bestuur zou blijven. Peres wees Rabin erop dat het ontwerpakkoord al klaar was, maar Rabin antwoordde dat deze kwestie voor hem een breekpunt was. Zo bleef deze gewijde plaats voor Joden toegankelijk.

Eervolle plaats

Waarom vonden Porat en Porush Israëlisch bestuur over het Graf van Rachel zo belangrijk? De Joodse traditie kent Rachel een eervolle plaats toe. Volgens de overlevering vroeg Jozef aan zijn vader Jakob waarom zijn moeder Rachel niet in de Grot van de Aartsvaders in Hebron werd begraven. Jakob zou hebben geantwoord dat het Joodse volk eens naar Babylon verbannen zou worden en dat Rachel uit het graf zou komen om te bidden voor de terugkeer van haar kinderen. Daarom werd Rachel aan de kant van de weg begraven. In Jeremia 31 staat dat Rachel haar kinderen beweent en dat deze zullen terugkeren uit het land van de vijand. Zo werd Rachel het symbool van de terugkeer van de Joden naar het land van hun voorouders; het symbool van het zionisme dus.

Het Israëlische leger slaagde er in 1948 (het jaar waarin de staat Israël werd uitgeroepen) niet in het Graf van Rachel in handen te houden. Ook vochten de Israëliërs en de Egyptenaren toen hard om de kibboets Ramat Rachel (”de hoogte van Rachel”), die 2,5 kilometer ten noordoosten van het graf ligt. Deze kibboets bood uitzicht op Bethlehem en op het Graf van Rachel.

Rabbijn Moshe Levi heeft een uitgebreide studie gemaakt van de geschiedenis van het graf en van zijn omgeving. In Ramat Rachel vertelt hij dat de kibboetsleden nooit bijzonder religieus waren, maar dat ze er wel van overtuigd waren dat het dankzij Rachel was dat deze plek in Israëlische handen bleef. Rabbijn Levi zegt te geloven dat Rachel stierf op een plek tussen Jeruzalem en Bethlehem. Op diezelfde plaats hebben archeologen de overblijfselen gevonden van een byzantijnse kerk die christenen hadden gebouwd omdat zich daar de plek zou bevinden waar Maria op weg naar Bethlehem zou hebben uitgerust. Moslims hebben er later een moskee neergezet.

Het graf zelf is vanaf de straat niet meer te zien. Stevige veiligheidsmuren zijn om de locatie neergezet. Nadat ze de ingang zijn gepasseerd, moeten de vrouwen naar links en de mannen naar rechts. De vrouwen komen zo aan de ene kant van het graf terecht, de mannen aan de andere. Ertussen bevindt zich een afscheiding, zodat ze elkaar niet afleiden bij het gebed.

Er staan kasten met gebedenboeken. Mannen zitten of staan bij het graf terwijl ze uit deze boeken lezen. Sommigen brengen hier uren door. Op een stoel staat een waterkoker voor koffie en thee.

Waarom bidden mensen bij het Graf van Rachel? De Israëlische journalist Nadav Shragai schreef in een publicatie voor het Jeruzalem Centrum voor Openbare Zaken dat bezoekers „Rachel vragen voor hen te bidden.”

Chaim Silberstein van de organisatie Keep Jerusalem, die zich inzet voor een ongedeeld Jeruzalem onder Israëlisch bestuur, zegt dat Joden niet tot de overleden persoon zelf bidden. „Dat zou afgodendienst zijn.” Maar er komt volgens hem wel „een soort geestelijke energie” uit de plek die de kwaliteiten van de persoon die er begraven ligt, symboliseert. „Als iemand hier bidt, herinnert de bidder zich de heiligheid van de persoon die er begraven ligt. Hij stemt af op die geestelijke energie. Hij hoopt dat God, Die verbonden was met de heilige persoon, Zich ook met hem verbindt en dat Hij luistert naar de gebeden.”


Machpela

Waarschijnlijk was het koning Herodes de Grote (37-4 v.Chr.) die de muren om de Grot van de Aartsvaders (de Machpela) in Hebron liet bouwen. Het bouwwerk is tot op de dag van vandaag een blikvanger in de stad.

Volgens de traditie bevinden zich in de Machpela de graven van Abraham, Sara, Jakob, Izak, Lea en Rebekka. De Machpela is een heilige plaats voor Joden, moslims en christenen, hoewel de laatsten daar eigenlijk alleen komen om een kijkje te nemen. De moslims noemen het heiligdom de Ibrahimmoskee.

De Machpela bevindt zich in het zogeheten C-gebied en staat onder Israëlische militaire en bestuurlijke controle. Het grootste deel van Hebron valt echter onder het bestuur van de Palestijnse Autoriteit.

In Hebron hebben zich in het verleden grote spanningen en geweldsuitbarstingen voorgedaan. Op 24 augustus 1929 vielen Arabieren de 600 bewoners tellende Joodse wijk in Hebron aan. Onder de Joden vielen 69 doden. Het bloedbad betekende het voorlopige einde van de Joodse vestiging in die stad.

In september 1967 –drie maanden nadat de Israëliërs de Westelijke Jordaanoever innamen– stelde een aantal Israëlische politici dat er weer Joden in de stad van de aartsvaders moesten komen wonen. Hebron behoorde samen met Jeruzalem, Safed en Tiberias tot de vier heilige steden in het land Israël, waar zich na de opkomst van het Ottomaanse Rijk in de zestiende eeuw bloeiende Joodse gemeenschappen ontwikkelden.

Een nieuw dieptepunt in de relatie tussen Joden en Palestijnen deed zich voor op 25 februari 1994. De Joodse arts Baruch Goldstein schoot 29 biddende Palestijnse moslims dood in de Machpela. Daarop begonnen de Palestijnse zelfmoordaanslagen in Israël. Ook in de afgelopen jaren was Hebron veelvuldig het strijdtoneel tussen Israëliërs en Palestijnen.


Strijd over heilige plaatsen

Irina Bokova, de directeur-generaal van Unesco, de culturele tak van de Verenigde Naties, veroordeelde vorig jaar de aankondiging van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu dat twee Joodse heilige plaatsen op de Westelijke Jordaanoever –het Graf van Rachel in Bethlehem en de Machpela in Hebron– tot het nationale erfgoed van Israël zouden behoren. Deze plaatsen zijn volgens haar „niet alleen van historisch belang voor het judaïsme, maar ook voor de islam en voor het christendom.”

In een ”document met feiten” van Unesco staat dat Israëlische autoriteiten honderden Palestijnse archeologische en culturele plaatsen systematisch hebben geconfisqueerd, geplunderd en opgegraven. Israël brengt volgens het document het Palestijnse culturele erfgoed in gevaar en verhindert de Palestijnen hun erfgoed te ontwikkelen en hun culturele en godsdienstige plaatsen te bezoeken.

Het uitvoerend bestuur van Unesco verklaarde dat zowel het Graf van Rachel als de Machpela „integraal onderdeel is van de bezette Palestijnse gebieden en dat elke unilaterale actie van de Israëlische autoriteiten beschouwd moet worden als een schending van het internationaal recht.” Unesco erkende eind vorig jaar ook de grafplaats als Bilal ibn Rabahmoskee.

Het Graf van Rachel trok ook de aandacht van de Turkse premier Erdogan. Hij verklaarde vorig jaar tegenover de Saudische krant al-Watan dat de Machpela en het Graf van Rachel „nooit Joodse plaatsen waren en dat nooit zullen worden, maar islamitische plaatsen zijn.” Volgens onderzoekers gaven de Turken in 1830 echter een”firman” (schriftelijke vergunning) waarin Turkije het graf als een Joodse heilige plaats erkende.

Het Israëlisch Instituut voor Toezicht op Vrede en Culturele Tolerantie in Onderwijs meldt in een in januari verschenen rapport dat de Palestijnse Autoriteit en verschillende islamitische centra historische Joodse locaties nieuwe islamitische namen geven.

Dat geldt ook voor het Graf van Rachel. In 1995 nog noemden Palestijnse schoolboeken het graf nog bij zijn historische naam. In 2001 duikt volgens het rapport ineens de naam ”Bilal Ibn Rabahmoskee” op. Volgens het rapport zijn er twee tradities bekend met betrekking tot de begraafplaats van de vrijgelaten slaaf Bilal Ibn Rabah, die zich tot de islam bekeerde toen hij Mohammed ontmoette. De ene is dat hij begraven is in Bader bij Amman, de andere dat hij zijn laatste rustplaats vond in Damascus. Het Israëlische instituut beschuldigt de Palestijnen ervan een nieuwe traditie te hebben ontwikkeld, waarbij het graf van de vrouwelijke Rachel zou zijn vervangen door de moskee van de mannelijke Bilal Ibn Rabah.

Een gedachte over “Rachel als symbool van het zionisme

  1. Kwalijk dat de Unesco de kant van de moslims kiest, in strijd met de historische waarheid.

    Wikipedia:
    “In recent years, the site has been increasing referred to by Muslims as the Bilal ibn Rabah Mosque, who claimed a mosque was built at site at the time of the Arab conquest,[10] although no significant Muslim worship has ever been conducted there.”

Reacties zijn gesloten.

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close