Sari Nusseibeh over de Israëlisch-Palestijnse staat

Sari Nusseibeh …. burgerschap tweede klas … Foto: (c) Alfred Muller.

JERUZALEM – Een staat of twee staten? Over deze vraag hebben Israëli’s en Palestijnen veel gezegd en geschreven. De Palestijnse filosoof Sari Nusseibeh en president van de Al-Quds Universiteit in Jeruzalem lanceert zijn in laatste boek opnieuw het idee van een enkele staat voor Israëli’s en Palestijnen. Palestijnen moeten volgens hem alle rechten krijgen die Israëli’s ook hebben, behalve het stemrecht.

Een deel van zowel Israëli’s als Palestijnen is tegen een tweestatenoplossing en geeft de voorkeur aan een staat tussen de Middellandse Zee en de Jordaan. Maar over de vraag welke vorm die staat aan moet nemen, lopen de meningen uiteen. De visie van rechts-nationalistisch Israël is een staat onder Joodse suprematie en die van de Palestijnse Hamas partij een staat onder islamitische heerschappij. Weer anderen voelen voor een seculier-democratische staat met gelijke rechten voor iedereen.

In zijn laatste boek ‘What is a Palestinian State Worth’ (‘Wat is een Palestijnse staat waard?’) gaat Nusseibeh opnieuw in op de discussie. Nusseibeh sprak zich in 1984 al uit voor een staat voor zowel Joden als Arabieren. “Ik riep Israël op de bezette gebieden te annexeren en het burgerschap te verstrekken aan de Palestijnse bewoners”, schrijft hij. Maar hij wees er toen ook op dat Israël daarmee de democratie, de Joodse meerderheid, het Joodse karakter en zelfs wezenlijke symbolen van de staat, in de waagschaal zou stellen.

Zijn idee kwam niet van de grond. De geschiedenis leek in de jaren negentig een andere kant op te gaan. Het Oslo proces duidde op scheiding tussen Israëliërs en Palestijnen. Hij zette zijn ideeën in de kast. Hij presenteerde in 2002 samen met het vroegere hoofd van de Israëlische veiligheidsdienst Shin Bet, Ami Ayalon, een vredesplan, dat was gebaseerd op het tweestatenidee.

Nusseibeh gelooft nog steeds dat een tweestatenoplossing de beste oplossing is. Maar hij vreest ook dat dit niet langer realistisch is. “Tientallen jaren van onderhandelingen en andere maatregelen hebben verzuimd een tweestatenoplossing te brengen.” Mensen in het gebied worden volgens hem aangemoedigd te blijven geloven in de twee staten, maar de kansen dat dat nog gebeurt nemen snel af.

In zijn boek stelt hij voor dat Israël de Palestijnen volledige burgerlijke rechten geeft, zolang er geen andere, permanente oplossing is bereikt. Het resultaat zal zijn dat de staat Joods blijft, maar het land zelf volledig binationaal wordt, waarbij er wordt gezorgd voor het welzijn van alle Arabieren die erin wonen. Palestijnen gaan niet meedoen aan de verkiezingen van de Knesset, zodat het Joodse karakter van Israël niet in gevaar zal worden gebracht. In de praktijk betekent dat Israël Palestijnen een wederzijds overeengekomen vorm van ‘burgerschap tweede klas’ versterkt. Israël zou dus ophouden een democratie te zijn.

De staat kan zichzelf uitbreiden naar het fel begeerde Judea en Samaria. Joden mogen zich wat hem overal vestigen, mits ze het privébezit en de agrarische ontwikkeling van de Arabieren ontzien. De Joodse burgers zouden ook exclusieve controle moeten houden over het militaire apparaat en andere belangrijke staatsinstellingen.

Nusseibeh zegt dat het voor de Palestijnen moeilijker zal worden deze  oplossing te accepteren. Zij moeten namelijk de droom van een eigen staat opgeven. Ze worden ook onderworpenen in plaats van volledige burgers in eigen land. Maar, zo vraagt Nusseibeh, waar is een staat eigenlijk voor? Is deze niet om het welzijn van de mensen te dienen? In de nieuwe, verenigde staat, kunnen Palestijnen vrij reizen en onroerend goed huren en of kopen waar ze maar willen. Ze krijgen toegang tot gezondheidszorg, onderwijs, sociale zekerheid, vakbondsrechten, rechten op leningen en de bescherming van het  veiligheidsapparaat en de rechterlijke macht. Ondanks de beperkingen op het gebied van stemrecht en het dienen in het leger of regeringsfuncties, is dit scenario is volgens hem veel beter dan “het leven onder een voortdurende bezetting of in bantoestans onder Israëlische hegemonie.” Ook suggereert hij dat “Palestijnen in de diaspora” moeten kunnen terugkeren.

Nusseibeh laat de risico’s onbesproken die aan zijn plan verbonden zijn. Hij wijst op de menselijke waarden die mensen met elkaar kan verbinden. Maar hij lijkt de enorme haat en het wantrouwen te onderschatten, die zich aan beide zijden in de afgelopen tientallen jaren van het conflict hebben opgestapeld. Deze kwamen in het verleden tot ontlading in gewelddadige confrontaties, die vele slachtoffers eisten.

Ook ligt het voor de hand dat de interimregeling een permanente regeling wordt, waarbij Palestijnen ook stemrechten voor de Knesset gaan eisen. Op deze wijze wordt de ‘één-staat-voor-allen’ toch nog gerealiseerd. Dan komt er alsnog een einde aan de Joodse staat.

Nusseibeh heeft slechts een klein aantal volgelingen en zijn ideeën zijn niet te verwezenlijken. Maar dat is ook niet de bedoeling van het boek. Hij lanceert “een gedachte-experiment” die discussie moet uitlokken. Wieweet krijgt hij zelfs politici weer aan het werk, die het vredesproces in een impasse terecht hebben laten komen.

[Nusseibeh, Sari. What is a Palestine State Worth? Cambridge: Harvard University Press, 2011.]

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: