Alleen toegang voor zedig gekleden

In de wijk Mea Shearim in Jeruzalem slaat de lentekoorts nooit toe. „De jassen worden niet uitgedaan. We willen voorkomen dat er gevoelens worden opgeroepen.” Maar dat wil volgens rabbijn Hurwitz nog niet zeggen dat er gespuugd moet worden naar onzedig geklede meisjes.

Vlak bij het huis van rabbijn Shimon Hurwitz staat een groot bord aan de kant van de weg met de woorden: Mea Shearim. Over het bord zijn twee vellen papier geplakt. Hurwitz heeft er een verklaring voor. „Mea Shearim bestond al voordat de staat Israël bestond. De staat Israël is hier niet het populairste onderwerp. Ze hoeven ons dus niet te vertellen waar we zijn. We zeggen hier: Fijn, dank u. Maar we weten al waar we zijn.’”

Boven het bord staat een groter bord met kledingvoorschriften voor vrouwen. „Vrouwen en meisjes die door onze buurt lopen, smeken we met heel ons hart: loop alsjeblieft niet door onze buurt in onzedige kleding.” Kleine letters geven nadere uitleg: gesloten halslijn, lange mouwen en een lange rok moeten, een broek en kleding die te strak zit mogen niet. Bezoekers wordt ook verzocht de heiligheid van de buurt en de levenswijze van „Joden die toegewijd zijn aan G’d en Zijn Thora” niet te verstoren.

Verder valt er nog te lezen dat groepen die door de buurt lopen de bewoners ernstig beledigen. We vervolgen onze weg, want de rabbijn heeft ons –een groepje journalisten– uitgenodigd om te luisteren naar zijn ervaringen in deze meest orthodoxe wijk van de stad. Op de bewoners van deze wijk is namelijk ernstige kritiek gerezen in de Israëlische samenleving. Een belangrijke klacht is dat de scheiding tussen mannen en vrouwen in openbare ruimten zoals bussen wordt opgedrongen aan mensen die het allemaal onzin vinden.

Abraham

Op de tafel in de kleine huiskamer staan chips en frisdrank. „Dit is wat we noemen de gastvrijheid van Abraham. Hij had zijn tent aan vier kanten open. Hij wilde graag gasten ontvangen. Ik ook.” Naast de tafel bevindt zich een grote boekenkast vol met joods-religieuze werken, die zijn inspiratiebron vormen. „Hier staan teksten die 3000 jaar terugvoeren”, zegt hij. „Dit is het originele materiaal van de berg Sinaï.”

Het gesprek komt snel al op de problemen die zich de laatste tijd hebben voorgedaan tussen de charedim (ultraorthodoxe) en de seculiere Israëliërs. Gedurende het Loofhuttenfeest bijvoorbeeld werden mannen verondersteld aan de ene kant van een straat in Mea Shearim te lopen en vrouwen aan de andere.

„Lentekoorts kennen we hier niet”, zegt hij. „De jassen worden niet uitgedaan. De wereld zit op een bepaalde manier in elkaar. We proberen te vermijden dat er gevoelens worden opgeroepen en er een vonk overslaat. We proberen mannen en vrouwen dus gescheiden te houden op plaatsen waar ze gemakkelijk met elkaar in contact kunnen komen. Gedurende het Loofhuttenfeest lopen er duizenden mensen op straat. De bewoners willen er zeker van zijn dat mannen en vrouwen niet door elkaar lopen. Dat is alles. Het heeft allemaal te maken met de mentaliteit van de man. Je moet alles doen om te voorkomen dat hij verkeerde gedachten krijgt.”

Aantrekkelijk

Het geloof is sterk, maar tegelijkertijd ook zwak, verduidelijkt hij. Een gedeelte in de joodse traditie zegt: Loop je hart en je ogen niet achterna. Hurwitz: „Zo zitten we nu eenmaal in elkaar. Vooral mannen. Vrouwen moeten aantrekkelijk zijn, maar ze mogen niet aantrekken. Natuurlijk, ze wil aantrekkelijk zijn voor haar echtgenoot. En als een meisje een afspraak heeft, wil ze aantrekkelijk zijn voor de jongen met wie ze gaat trouwen. Maar als ze andere mensen aantrekt, is dat niet goed voor de samenleving. Waarom bestaat er zo’n hoog echtscheidingspercentage? We willen proberen problemen te voorkomen.”

De rabbijn keurt het spugen naar vrouwen of meisjes die onzedig gekleed zouden zijn, af. Er lopen fanatici rond, geeft hij toe, maar hijzelf behoort er niet toe. In het hele land zijn misschien slecht 500 fanatiekelingen onder de honderdduizenden charedim. Hij ziet er ook niets in om op sabbat met stenen te gooien naar sabbatsovertreders. Wie zoiets doet, promoot niet de waarden waarvoor hij zegt te staan.

Hij heeft eens kritiek geleverd op een groepje dat een wegversperring maakte. Maar de amokmakers wilden niet naar hem luisteren. „Het zijn groepen in de marge. Je beoordeelt niet een hele gemeenschap op grond van een randgroep. We moeten liefhebben, mensen zich thuis laten voelen, over de dingen praten. En als iemand de fout maakt de sjabbes niet te houden, wat dan nog? Liefde is het antwoord. Dat is het geheim van het leven.”

Afvalligen

De samenleving van de charedim is hecht en kent weinig ‘afvalligen’. Daar zijn verschillende redenen voor. Hij wijst op de wijze waarop in de jesjiva (Talmoedscholen) de jongens onderwijs krijgen. „In de jesjiva bestaat enthousiasme en vreugde. Dat raakt de ziel. Op jonge leeftijd voelen ze zich al gelukkig.”

De charedim leggen ook nadruk op stevige, warme relaties. „Vader en zoon gaan vertrouwelijk met elkaar om. Ze leren samen. Een vader en een zoon in de seculiere wereld hebben niet veel gemeen, omdat ze seculiere kennis hebben. Maar wij bestuderen al 3000 jaar lang hetzelfde materiaal. De volgende generatie leert precies hetzelfde als de vorige. En zelfs beter.”

De charedim doen verder hun best de grote wereld buiten de deur te houden. Televisie hebben ze niet en ook van een internetverbinding willen velen niet weten. Hurwitz heeft wel internet, omdat hij dat nodig heeft voor zaken en voor e-mail. Gelukkig beschikken de charedim over een internetfilter. En daar hebben ze goede redenen voor. „Internet is gevaarlijk, iedereen weet dat. Een paar toetsen en je zit op de verkeerde plaats. Wij hebben er ook problemen mee gehad, net als anderen. Maar we kunnen elkaar ook uitleggen dat we hier zijn om iets op te bouwen wat verder voert dan het vergankelijke en het fysische. Als we daarop de blik richten, en als we de juiste aanmoediging krijgen, dan slagen we.”

Toch keren ook sommige ultraorthodoxen de charedische wereld de rug toe. Hurwitz gelooft dat dit komt doordat hun onvoldoende liefde is bewezen. „Rabbi Akiva zei: Dit is het belangrijkste principe van de Thora. Wil je religieus zijn? Heb dan je naasten lief. Natuurlijk moeten we ook de seculieren liefhebben.”

In Mea Shearim

In de wijk Mea Shearim in Jeruzalem dragen vrouwen en oudere meisjes vaak zwarte of grijze jassen en rokken tot over de knie. Mannen zijn gehuld in zwarte jassen die ze over een wit overhemd dragen. Enkele dragen groen-grijs gestreepte kaftans. De vorm van hun hoeden varieert, al naar gelang de sekte waartoe ze behoren. Op straat hoor je Engels, Hebreeuws en vooral Jiddisch. Kenmerkend voor de wijk zijn de vele poorten, die naar binnenhofjes leiden. Mea Shearim betekent: ”honderd poorten” of ”honderdvoudig”.

De wijk werd in de negentiende eeuw buiten de muren van de Oude Stad van Jeruzalem gesticht door de Talmoedgeleerde Elijah ben Shlomo Zalman. De bewoners konden zich wijden aan de studie van de Thora, terwijl Oost-Europese joden in hun levensonderhoud zouden voorzien. In het zionisme zagen ze niets. De Neturei Kartasekte zag de oprichting van de staat zelfs als godslastering.

Deze strengreligieuze wereld bestaat uit verschillende groepen, die in drie hoofdgroepen uiteenvallen. De chassidim vormden een opwekkingsgroep rond rabbijn Israel ben Eliezer, beter bekend als de Baal Shem Tov, of kortweg Besht (1698-1760). Hij zou genezingen en wonderen hebben verricht en legde de nadruk op de relatie met God. Daartegenover stonden de mitnaggedim. Zij legden de nadruk op de studie van de Thora. Een belangrijke leider was rabbijn Eliayu van Vilna, ook bekend als de Gaon (de majesteit) van Vilnius (1720-1797). Hij bestudeerde zeker zestien uur per dag de Thora en moet een fenomenale kennis gehad hebben. De derde groep zijn de strengreligieuze Sefardim, die uit Noord-Afrika en de Arabische landen komen.

De grijsgele gebouwen in Mea Shearim tellen zo’n drie of vier verdiepingen. De bovenste verdieping is vaak beduidend nieuwer dan het onderste gedeelte. Op de begane grond bevinden zich aan de hoofdstraten ook winkels. Er zijn veel boekwinkels – waar je uitsluitend terechtkunt voor religieuze literatuur. Andere winkels die het goed doen zijn de speelgoedwinkels en winkels met religieuze voorwerpen als chanoeka- en sabbatskandelaren. De drogist heeft in de etalage pakken luiers opgestapeld, waar veel behoefte aan is in deze kinderrijke buurt.

Een winkel verkoopt, behalve paraplu’s, portretten en foto’s van bejaarde en bebaarde mannen. Sommigen van hen zijn nog in leven, anderen hebben reeds de komende wereld bereikt. Klanten kunnen hier terecht voor bijvoorbeeld een portret van de Gaon van Vilnius, van de Sefardische rabbijn en kabbalist Baba Sali en van de geestelijk vader van de ultraorthodoxe partij Shas, rabbijn Ovadia Yosef. Deze portretten dienen om thuis of op kantoor aan de muur te hangen.

Mea Shearim is allang niet meer de enige orthodoxe wijk. De gezinnen van de charedim zijn gemiddeld twee tot drie keer zo groot als die van andere Israëliërs. De meeste wijken in de noordelijke helft van Jeruzalem zijn inmiddels orthodox, en de andere wijken worden steeds orthodoxer. In Noord-Jeruzalem zijn nieuwe wijken verrezen die zijn genoemd naar de joodse gemeenschappen in Oost-Europa die in de Tweede Wereldoorlog ten onder gingen, zoals Unsdorf, Mattersdorf en Kiryat Belz.

Israël telt nu zo’n 700.000 charedim. Ze wonen inmiddels ook in andere plaatsen in Israël, waaronder in Beit Shemesh tussen Jeruzalem en Tel Aviv. Beit Shemesh kwam in de afgelopen tijd in het nieuws omdat fanatici vrouwen of meisjes aanvielen die niet zedig gekleed zouden zijn en omdat vrouwen aan de ene kant van de straat moesten lopen, en mannen aan de andere kant.