Kerst in Galilea

In het Galilese dorpje Mi'ilya doen de bewoners hun best het christelijk karakter van hun dorp te bewaren. Foto: © Alfred Muller
In het Galilese dorpje Mi’ilya doen de bewoners hun best het christelijk karakter van hun dorp te bewaren. Foto’s: © Alfred Muller

In Mi’ilya, een dorpje in Galilea, wonen alleen christenen. De inwoners van het Israëlische dorp zetten alles op alles om het karakter van hun woonplaats te bewaren.

Wie het huis van Osama Layous binnentreedt, staat onmiddellijk voor de kerstboom. Op tafel bevindt zich een standaard met kaarsen in gekleurde houdertjes. De TV laat een  kerstprogramma te zien. Hij schakelt het beeld uit en het gesprek kan beginnen.

Voor Osama Layous en zijn vrouw is kerst de laatste jaren een belangrijk feest.  In mei 1996 had hij namelijk een levensveranderende ervaring. Zijn vrouw lag in het ziekenhuis en moest een operatie ondergaan. Hij en anderen baden voor haar herstel. Het liep allemaal goed af. “Eerst was ik een seculier christen”, zegt hij. “Nu voel ik de band tussen God en ons.”

Sindsdien is hij nauw betrokken bij de Melkitische Grieks-katholieke kerk van zijn dorp. Ook thuis wordt aandacht besteed aan het gebed. Voor de maaltijden en of bijvoorbeeld voordat de kinderen aan het huiswerk beginnen. Op de kerstavond nodigt zijn vader de kinderen en kleinkinderen uit om te bidden, zingen, eten en cadeautjes te ontvangen.

Hij werkt in het Carmel Ziekenhuis in Haifa als medisch technicus. Haifa is een stad met een gemengde bevolking van Joden, moslims en christenen. In Mi’ilya in Galilea echter, wonen alleen christenen die tot de Melkitische Grieks-katholieke kerk behoren.

Osama Layous.
Osama Layous.

Huwelijkspartners

Het dorp zet alles of alles om zijn unieke karakter te bewaren. Hij vertelt dat als iemand het huis verkoopt, hij dat verkoopt aan iemand in het dorp. De melkieten trouwen met andere christenen. Hij is ervan overtuigd dat zijn 18-jarige dochter Leila dat ook zal doen. Andere godsdiensten respecteert ze, maar ze weet hoe ze haar keuze moet maken. Huwelijkspartners mogen van een andere kerk zijn. Conform gewoonte in de Arabische gemeenschap sluit de vrouw sluit zich aan bij de kerk van de man.

“Drie vrouwen hier zijn getrouwd met moslims. Ze besloten het dorp te verlaten. Slechts een familie heeft nog contact met de dochter, de andere twee families hebben alle banden afgesneden. Het is het beste om strikt te zijn. Het is uiterst verwarrend voor een kind om een moslim en een christen als grootvader te hebben.”

Zijn familie woont al 250 jaar in deze plaats. Hij is er trots op in het Heilige Land te mogen leven, waar het allemaal begon. In Israël bestaat geen druk op christenen, maar hij vertelt dat Arabieren in het algemeen wel worden gediscrimineerd, en daar worden behalve de moslims ook de christenen de dupe van.

Op de Westelijke Jordaanoever is de situatie moeilijker vanwege het gebrek aan een politieke oplossing tussen Israël en de Palestijnen. Bovendien bestaan daar spanningen tussen moslims en christenen. Als een moslim omkomt, wordt hij tot martelaar verklaard, maar een christen niet. Christenen geloven niet in de gewelddadige strijd, omdat zij in een vreedzame oplossing geloven.

Hij is van plan op 22 januari naar de stembus te gaan. De vorige keer stemde hij op de Arabische partij Balad. Sommigen denken dat stemmen niet helpt en stemmen niet. Ze voelen zich gefrustreerd en hulpeloos. Maar dit is de staat waarin hij woont en dat goed voor hem was. Daarom wil hij stemmen. Maar hij gelooft niet dat Arabieren in militaire dienst hoeven of vervangende dienst hoeven te verrichten zolang ze niet helemaal gelijk zijn.

Lange geschiedenis

Mi’ilya ligt ten westen van de gemengd Joods-Arabische stad Ma’alot-Tarshiha. Mi’ilya heeft een lange geschiedenis. Uit archeologische opgravingen blijkt dat de plek ongeveer 3500 jaar geleden al bewoond was. In het kruisvaarderskoninkrijk stond het dorp bekend als Castellum Regis, waar in de twaalfde eeuw het kasteel stond van koning. In de afgelopen eeuwen woonden er zowel christenen als moslims.

Vroeger werkten de bewoners in de landbouw, tegenwoordig zijn velen buiten het dorp aan de slag gegaan in de publieke sector of bij bedrijven. Daar ontstond namelijk werkgelegenheid. In en rondom het dorp houden de bewoners zich ondermeer bezig met het fokken van varkens. Een andere ondernemer is begonnen met de productie van koosjere Libanese arak. Hij heeft al diverse prijzen gewonnen met deze sterke anijsdrank.

Burgemeester Eiliya Arraf. Foto: © Alfred Muller
Burgemeester Eiliya Arraf.

Cultuur

Burgemeester Eiliya Arraf, het hoofd van de dorpsraad, zit in de raadszaal van het gemeentehuis. “Onze cultuur is Arabisch”, zegt hij. “Ik ben er trots op Arabier te zijn en christen te zijn.”

Zijn dorp heeft relatief de hoogste inkomens van alle Arabische plaatsen in Israël. Dat is volgens hem te danken aan de goede opleidingen. In het dorp bevinden zich relatief veel leraren, artsen en advocaten. Van de bewoners heeft 24 procent een academische opleiding met tenminste een graad. Zelf is hij elektrisch ingenieur, zijn oudste broer is arts, drie zusters hebben academische graden en een andere zuster is non. Zijn zoon studeert medicijnen aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem.

Het gesprek schakelt over naar een hogere versnelling als de politiek ter sprake komt. “In ben van oorsprong boer, en verbonden met het land. Ik ken de rotsen hier. Ik heb geen problemen met de aanwezigheid van anderen, maar de ander hoeft niet meer te nemen dan ik. Ik vecht voor mijn rechten.”

Op de vraag op welke concrete wijze de Arabieren in Israël worden gediscrimineerd schiet de advocaat van de raad, Anton Layous, bij. Hij begint met de educatie. Daar hebben Joodse jongeren betere kansen dan Arabische. Dat is ook de reden dat velen in het buitenland studeren. Ook zegt hij dat Arabieren minder succes hebben bij het solliciteren. “Als iemand een baan zoekt, zeggen ze soms: ‘je moet eerst de militaire dienst hebben afgerond’. Al is het maar voor bediende in de cafetaria.”

Verder wijst Layous op de landconfiscaties na 1948. Van het geconfisqueerde land werd staatsland gemaakt, maar de Arabieren ontvangen voor volgens hem niets van.

(Dit artikel verscheen ook in het  Reformatorisch Dagblad op 22 december 2012.)

%d bloggers liken dit: