Hippos in Dekapolis

Hippos (Susita) op de Golan met op de achtergrond het Meer van Galilea. Foto's: © Alfred Muller
Hippos (Susita) op de Golan met op de achtergrond het Meer van Galilea. Foto’s: © Alfred Muller

Marcus meldt dat Jezus vanuit de omgeving van Tyrus en Sidon, gelegen in het huidige Libanon, via het gebied van Dekapolis terugreisde naar het Meer van Galilea. Hij schrijft niet wat Jezus in deze streek deed en hoe Hij precies reisde. Het is in elk geval duidelijk dat Hij een dove genas op de terugreis.

Hoewel in Dekapolis een groot aantal Joden woonden, bestond de meerderheid van de bevolking uit niet-Joden, heidenen. Dekapolis bestond uit tien Griekse steden. Twee ervan liggen in Israël, namelijk Hippos (ook wel Susita genoemd), en Skytopolis bij het huidige Beth Shean. Met uitzondering van Skytopolis bevinden ze zich allemaal aan de oostzijde van de Jordaan.

Pompejus verenigde de steden tijdens zijn veldtocht door het land Israël in 63 v.Chr. Hij stelde ze direct onder de stadhouder van de Romeinse provincie van Syrië. Hij deed dat om de Grieks-Romeinse cultuur te bevorderen.

Volgens de Grieken kon het menselijk leven slechts in de polis (Griekse stad) ten volle tot bloei komen. De polis had een stadscentrum, een markt, een stadhuis, baden, tempels, een theater, een gymnasium en een hippodroom. In de theaters en in de gymnasia konden de ideeën van de hellenistische cultuur worden verkondigd.

De Griekse steden werden door een uitstekend wegennetwerk met elkaar verbonden. De wegen dienden om handelswaar, soldaten en nieuwe ideeën makkelijk te verspreiden. Het was mogelijk bestaande steden te helleniseren (Grieks te maken) of compleet nieuwe poleis (Griekse steden) te bouwen, zoals Caesarea.

Hippos lag in Dekapolis, het gebied van de tien Griekse steden waar Jezus doortrok.
Hippos lag in Dekapolis, het gebied van de tien Griekse steden waar Jezus doortrok.

Paard

Aan de oostzijde van kibboets Ein Gev aan het Meer van Galilea, op de Golan Hoogte, ligt een van de steden van Dekapolis, namelijk Hippos. De stad lag in een prachtige omgeving, die uitzicht biedt op het Meer van Galilea.

Hippos heeft haar naam te danken aan de vorm van het landschap. Met de nodige fantasie kan daarin de vorm van een paard worden gezien. Het Griekse woord voor paard is Hippos en het Aramese woord ervoor is Susita. De stad genoot een natuurlijke bescherming: ten westen ligt het meer, en aan de drie andere zijden zijn ravijnen. Ten zuidoosten ervan ligt echter een smalle bergrug, die afdaalt naar de rivierbedding die naar het meer leidt.

De stad werd waarschijnlijk opgericht door de Syrische Seleuciden in het midden van de derde eeuw voor Christus. Keizer Augustus gaf de stad aan Herodes de Grote in 30 v.Chr., maar na diens dood in 4 v.Chr. keerde de stad terug naar de provincie Syrië.

Een christelijk symbool op een marmeren plaat uit een van de zeven kerken.

Welvarend

In de tweede en derde eeuw onderging Hippos een vernieuwing. Er werd een rechthoekig stelsel van straten aangelegd. De stad werd in de Romeinse periode (63 v.Chr. – 324 n.Chr.) en de Byzantijnse periode (324-640 n.Chr.) welvarend dankzij haar ligging aan de weg tussen de grote stad Skytopolis ten zuiden van het meer van Galilea en Damascus. In 749 ging de stad bij een zware aardbeving ten onder.

Dat de inwoners van de stad van Jezus gehoord hadden is waarschijnlijk. Jezus reisde door dit gebied. Bovendien lag Hippos dicht bij Kursi, de streek waar Hij een man met een legioen demonen genas. Markus meldt dat hij in Dekapolis bekend maakte, wat Hij voor hem had gedaan.  (Marcus 5:20).

Uit  onderzoek blijkt dat Hippos na in de eerste eeuwen van deze jaartelling een kleine Joodse en een grote christelijke bevolking kende. Archeologen vonden bijvoorbeeld in de overblijfselen van een Byzantijnse kerk een dorpel met Joodse symbolen. In de eerste eeuwen n.Chr. was een gemengde bevolking van Joden, christenen en heidenen normaal.

Bijbehorende Bijbeltekst:

“Hij vertrok weer uit de omgeving van Tyrus en ging via Sidon naar het Meer van Galilea, dwars door het gebied van Dekapolis.” (Marcus 7:31, NBV)

%d bloggers liken dit: