Kafarnaüm

Kafarnaüm was een belangrijke stad voor Jezus. Nadat de mensen in Nazareth Zijn boodschap hadden verworpen, maakte Hij Kafarnaüm tot het centrum van zijn optreden in Galilea. Hij begon daar Zijn reizen en Hij keerde er telkens naar terug.

Kafarnaüm (‘Dorp van Nahum’) telde in de eerste eeuwen van de jaartelling tussen de 1.000 en 1.500 inwoners. De stad had zijn welvaart te danken aan de visvangst, landbouw en handel. In de buurt bevinden zich de bergen, waar Jezus zich terugtrok als Hij in de stilte wilde bidden (Matteüs 6:46).

Via Maris

Het plaatsje lag aan de Via Maris, de Romeinse weg die de kuststeden verbond met het Syrische achterland. Er lag een garnizoen onder leiding van een centurio. In Lucas 7 lezen we dat Jezus zijn slaaf genas. Deze centurio onderhield goede relaties met de Joden en hij liet zelfs hun synagoge bouwen (7:5).

Synagoge.
Overblijfselen van de oude synagoge in Kafarnaüm. Foto’s: © Alfred Muller

Aan het einde van de negentiende eeuw kochten de franciscanen en de Grieks-orthodoxen deze landstreek. De belangrijkste blikvanger is de uit kalksteen opgetrokken synagoge, die een afmeting heeft van 23 bij 17 meter. De franciscaanse archeologen dateren de synagoge uit de vierde en vijfde eeuw. Volgens hen zijn de stenen onder dit gebouw overblijfselen van het gebedshuis uit de eerste eeuw, dat Jezus bezocht.

De traditie die stelt dat Petrus op een afstand van ongeveer dertig meter van de synagoge woonde, is al zeer oud. Stanislao Loffreda, een van de wetenschappers die in de jaren 1968 tot 1991 archeologisch onderzoek uitvoerde in Kafarnaüm, schrijft in het boekje Recovering Capharnaum dat in de tweede helft van de eerste eeuw christenen daar al bijeenkwamen.

Basaltstenen

De mensen bouwden de huizen met zwarte basaltkeien. Ze vulden de kleine gaatjes op met andere stenen en over de stenen smeerden ze cement. Op het dak plaatsten ze stukken hout. Onder de huizen bevonden zich geen grote waterputten. De bewoners konden namelijk zoveel zoet water uit het meer halen als ze maar wilden.

Petrus’ woning bestond slechts uit een kamer, met een deur naar een hofje. Daar kwamen ook andere eenkamerwoningen op uit. Het dagelijks leven speelde zich in dergelijke hofjes af. Dat kon makkelijk, want Kafarnaüm ligt in de Jordaanvallei, waar de temperaturen in de zomer ‘s middags oplopen tot 40 graden. De mensen sliepen in de kamers en borgen daar hun spullen op.

Huis Petrus.
Overblijfselen van ‘Het Huis van Petrus’. De eerste christenen bouwden hier een achthoekige kapel. De franciscanen zetten er in 1990 een nieuwe kerk bovenop.

Nadat christenen in de vierde eeuw godsdienstvrijheid kregen, kreeg de kamer van Petrus – 5,80 bij 6,45 meter – nieuw plaveisel. Het huis werd een ‘domus ecclesia’ – een huiskerk. In de tweede helft van de vijfde eeuw gooiden christenen er zand en puin op. Ze bouwden een nieuwe kerk in de vorm van drie concentrische achthoeken, met de middelste achthoek pal boven het huis van Petrus. De Franciscaanse Voogdij voor het Heilige Land heeft daar weer een gebouw bovenop gezet, dat in 1990 werd geopend.

Visvijver

Archeologen verrichtten tussen 1978 en 1987 onderzoek in het Grieks-orthodoxe gedeelte. Ze vonden het huis van de Romeinse legereenheid, compleet met Romeins bad. Ze troffen ook een visvijver aan, waarin de vis kon worden bewaard. Dat was noodzakelijk, omdat vis snel bederft als het warm is. De bakken zijn van nieuwe wanden voorzien en maken deel uit van de kloostertuin.

Het Grieks-orthodoxe gedeelte kent echter veel minder bezoekers dan het katholieke gedeelte. Voor wie een authentieke plaats zoekt voor stilte en gebed, is dit een welkom plekje.

Tuin Grieks-orthodoxe klooster.
De visbakken dienen nu als vijvers in de Grieks-orthodoxe kloostertuin.

Bijbeltekst:

Hij ging naar Kafarnaüm, een stad in Galilea, waar hij de inwoners steeds op sabbat onderwees.” (Lucas 4:31, NBV)

%d bloggers liken dit: