Schatten van de Tempelberg

De Tempelberg is een heilig gebied voor drie godsdiensten. Het historisch belang van de plek is groot, maar moslimbestuurders laten geen archeologisch onderzoek toe. Toch onderzoekt het team van de archeoloog prof. Gabriel Barkay al jarenlang objecten die van de Tempelberg afkomstig zijn. Zijn conclusies zijn opzienbarend.

In 1999 groeven moslims grond af op de Tempelberg. Dat gebeurde volgens Barkay op een „barbaarse manier.” Ze deponeerden de aarde op een vuilstortplaats in de Kidronvallei, die de Tempelberg scheidt van de Olijfberg. Dat gebeurde allemaal om een van de moskeeën op de berg van een uitgang te kunnen voorzien.

Barkay liet in 2004 de gestorte aarde naar het nabijgelegen nationale park Emek Zurim brengen. Inmiddels is 50 tot 60 procent van de grond die vol archeologische voorwerpen zit, onderzocht.

Het materiaal dat het team onderzoekt is afkomstig van de zuidoostelijke hoek van de Tempelberg. Dit gedeelte lag lager dan andere gedeelten en diende als stortplaats. Telkens als de mensen op de Tempelberg grond of puin moesten verwijderen, stortten zij dat afval in die hoek. De berg zelf was als een gesloten doos. Sinds koning Herodes de Grote is er geen grond naar de Tempelberg gebracht of ervan afgevoerd. Tot 1999 dus.

Burcht

De Tempelberg is de belangrijkste archeologische plaats in het land, stelt de aan de Bar Ilan Universiteit verbonden Barkay in zijn laboratorium. „Volgens de traditie begon hier de schepping. Abraham was bereid hier zijn zoon Izak te offeren. Dit is de plek waar koning Salomo de Eerste Tempel bouwde. Later volgde de Tweede Tempel van de uit Babylon terugkerende ballingen.

De berg was de stadsburcht van Jeruzalem. Er stonden koninklijke paleizen. De kroon echter was de tempel, die het Oude Testament „het Huis des Heeren” noemt. Jeruzalem is een van plaatsen op de wereld met de meeste opgravingen, maar deze plek is nooit opengelegd. Daarom is onze kennis van de Tempelberg heel beperkt.”

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Verandering

Langzaam maar zeker komt daar echter verandering in. Barkay, codirecteur Zachi Dvira, het circa twintig personen tellende team en Israëlische en buitenlandse vrijwilligers die helpen, vinden van alles in de aarde. Ze scheiden met water het zand van de voorwerpen. Na de voorsortering gaan de objecten naar een laboratorium, waar archeologen ze verder onderzoeken. Ten slotte belanden ze bij de Israëlische Oudheidkundige Dienst, een staatsinstelling.

Barkays team verzamelt alles wat door mensen is gemaakt, gebruikt of wijst op hun vroegere aanwezigheid. Hij maakt een lange opsomming van de vondsten: potscherven, slingers, kogels, kralen, Romeinse afgodsbeelden, vingerringen, oorringen en armbanden, juwelen, munten, delen van daktegels en vloertegels, zegels en zegelafdrukken en nog veel meer. De objecten zijn meestal klein. Ze zijn afkomstig uit de hele geschiedenis: van de prehistorie tot de moderne tijd.

De voorwerpen zijn dus niet aangetroffen in een archeologische laag waarvan archeologen de oudheid kunnen bepalen. Maar de onderzoekers kunnen de voorwerpen wel vergelijken met soortgelijke voorwerpen waarvan bekend is uit welke tijd ze afkomstig zijn.

Brug

De conclusies die Barkay trekt zijn verbazingwekkend. Zo dachten historici altijd dat de Tempelberg tussen de verwoesting van de tempel in het jaar 70 en de verovering van het land door moslims in het jaar 638 na Christus leeg was. Maar uit deze periode blijkt nu een veelvoud van materiaal afkomstig. Het gaat onder meer om potten, munten en fragmenten van gebouwen, waaronder kapitelen en pilaren.

Barkay zegt dat veel objecten uit de Byzantijnse tijd in latere tijden opnieuw gebruikt werden. Zo bevindt zich in de Rotskoepel een koorhek van een christelijke kerk met kruisen die uitgewist zijn. Uit een opgraving buiten de Tempelberg bleek dat na de verwoesting van de tempel er toch een brug was die naar de Tempelberg leidde. „Geen brug leidt nergens heen”, zegt Barkay.

„De meeste historici zeggen dat de Tempelberg na de verwoesting van de tempel niet gebruikt werd”, zegt de hoogleraar. „Maar ik geloof dat ik nu bewijs heb dat daar kerkelijke gebouwen stonden. Dit staat niet in de verslagen van de pelgrims en de reizigers van die tijd. De pelgrims werden daar namelijk niet mee naartoe genomen. Christenen wilden de nadruk leggen op de Heilige Grafkerk en andere kerken. Jezus had geprofeteerd dat er geen steen op de andere gelaten zou worden. Ze wilden benadrukken dat de Tempelberg geen rol meer speelde.”

Kaart

Wie naar een kaart van Jeruzalem uit de vroegchristelijke periode kijkt, ziet dat elke vierkante centimeter in de stad werd gebruikt, zegt de hoogleraar. „Ook op de hellingen van de Olijfberg stonden gebouwen, inclusief kerken en kapellen. Waarom zouden ze zo’n groot gebied in het hart van Jeruzalem onbenut laten? Dat is niet logisch. De Tempelberg vormt een zesde deel van de huidige Oude Stad. Maar hij had geen theologische betekenis in die tijd. Daarom wordt deze ook niet in de bronnen genoemd. Maar in werkelijkheid gebruikten ze de plek wel, inclusief door er kerkelijke gebouwen op te zetten.”

Barkay hoopt in de toekomst met zowel wetenschappelijke als populairwetenschappelijke publicaties te komen over de vondsten op de Tempelberg. „We hebben laten zien dat het project van groot belang is. Sommigen zeggen dat ons werk politiek is. Maar ik ben in alles geïnteresseerd. Of de voorwerpen nu dateren uit de tijd van de heidenen, Joden, Byzantijnen of moslims, voor mij heeft het allemaal dezelfde waarde.”

Dit artikel verscheen in het Reformatorisch Dagblad op 25 februari 2016.

TIJDLIJN

Circa 970 v.Chr. – Verovering van Jeruzalem door koning David.

1006-586 v.Chr. – De Eerste Tempel.

536 v.Chr. – 70 n.Chr. De Tweede Tempel.

37-4 v.Chr. – Koning Herodes de Grote. Hij laat een plateau aanbrengen rond de Tempelberg. Hij laat zware gewelven en steunmuren rond de berg zetten, waarop hij een plein aanbrengt. Dit plein is tot op de dag van vandaag in gebruik. De westelijke steunmuur staat ook bekend als Westelijke Muur en vormt een gebedsplaats voor Joden. De bouwwerkzaamheden gaan tot ver na zijn dood door.

70-324 n.Chr. – De Romeinse periode.

324-640 – De Byzantijnse tijd.

638 – De verovering van Jeruzalem door moslims. Volgens de islamitische traditie maakte Mohammed vanaf de Tempelberg een nachtelijke reis naar de hemel.

688 – Bouw van de Rotskoepel over de rots op het hoogste punt van de Tempelberg.

691-706 – Bouw van de al-Aqsamoskee.

1948 – Joden verliezen toegang tot de Westelijke Muur na verovering van Oost-Jeruzalem door Jordanië.

1967 – Israël verovert Oost-Jeruzalem. Joden hebben weer toegang tot de Westelijke Muur.

1999 – Moslimautoriteiten leggen een uitgang aan bij de Marwanimoskee op de Tempelberg. Ze graven grond af en storten die in de Kidronvallei.

2004 – Een archeologisch team onder leiding van prof. Gabriel Barkay begint zijn onderzoek naar de gestorte grond in de Kidronvallei. Het onderzoek gaat tot op de dag van vandaag door.

%d bloggers liken dit: