Evangelische christenen speelden sleutelrol bij ontwikkeling land

Evangelische christenen hebben in de afgelopen 200 jaar een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van onderwijs, medische zorg en toerisme in het Heilige Land. Ook vandaag nog leggen ze ijver aan de dag in Israël en de Palestijnse gebieden.

Harry Tees is bijzonder geschikt om over hun rol te vertellen. De in Jeruzalem wonende Nederlander is namelijk secretaris van de Evangelische Alliantie in Israël (EAI). Hij vertegenwoordigt tevens de Wereld Evangelische Alliantie in Israël en de Palestijnse gebieden. Bij dezelfde organisatie is hij adviseur voor het Midden-Oosten. Hij woont sinds 1998 in Israël.

Bij de in 1956 opgerichte EAI zijn ruim 30 kerken en organisaties aangesloten. Palestijnse kerken en organisaties op de Westelijke Jordaanoever zijn verenigd in de Palestijnse Evangelische Alliantie. Ook de Messiaans-Joodse gemeenten hebben hun eigen samenwerkingsverband.

Harry Tees gaat er op zijn kantoor aan de Nabloes Straat in Jeruzalem rustig voor zitten om te vertellen wat evangelische gelovigen zoal doen. Hij zegt dat de evangelische kerken de hele bevolking dienen in de plaatsen waar ze zijn gevestigd. Neem de baptistenschool in Nazareth. De scholieren komen niet alleen uit de baptistenkerk. Van de leerlingen is 75 procent christen en 25 procent moslim. „Dat het een hele goede school is, blijkt uit het feit dat zij in de toptien staan van de beste scholen in Israël”, vertelt Tees. „De atmosfeer op de school is absoluut indrukwekkend. We kunnen zeggen: aan God alle eer.”

Zijn buitenlandse evangelische christenen vandaag nog nodig in Israël?

„Ik geloof sterk in de rol van expats. Zij kunnen de plaatselijke gemeenschappen en kerken helpen. De kerken hier zijn vaak zeer monocultureel. Ze hebben geen oog voor diversiteit. Ze hebben sterkte en zwakke punten. Een sterk punt is bijvoorbeeld het betonen van gastvrijheid en de opvoeding van de kinderen. Een zwak punt is dat zij veel minder doneren dan wat ze zouden kunnen.

Harry (Harm) Tees

De kerken en vooral de christelijke organisaties zijn sterk afhankelijk van
fondsen uit andere landen. Maar veel kerkgangers behoren tot de middenklas. Er bestaat dus een potentieel om zelf de lasten te dragen. Ik geloof dat ze ook werkers uit zouden kunnen zenden. Maar vanwege hun afhankelijkheid van buitenlandse fondsen is er weinig oog voor support voor uitzending.

De overstap van een ontvangende kerk naar een gevende kerk is essentieel voor de innerlijke groei van de kerk. De buitenlandse christenen kunnen de christenen hier helpen oog te krijgen voor de wereld. Ze kunnen de deuren voor hen openen om in het buitenland te dienen. Dit is slechts één voorbeeld waarom de kerk expats nodig heeft.

Geef nog een paar voorbeelden.

De buitenlanders kunnen de gemeenschap hier ook onderwijzen. Maar een leraar-student relatie is een onjuist model. Zo’n relatie leidt niet tot de gewenste verandering. Het beste is de gelovigen mee te nemen op reis en ze betrokken te laten raken bij andere culturen. Dan krijgen ze een warm hart voor de naties. Ze stellen deze ervaringen op prijs. Jezus zei: „Waar je schat is, daar is ook je hart.” Als je een hart voor de naties krijgt, dan blijft dat je leven lang bij.

De plaatselijke cultuur is ook zwak in het model van leiderschap. Westerse kerken leggen de nadruk op dienstbaarheid en een christelijke houding. In de politiek in het Midden-Oosten is dat bepaald niet het geval. De kerk is daar heel sterk door beïnvloed. De voorganger neemt doorgaans een uiterst autoritaire houding aan bij de uitvoering van het leiderschap, dat hem door God gegeven is. Dat maakt de kerkleden passief. Deze gang van zaken bouwt hen niet op, stelt hen niet in de vrijheid om goede werken voor de Heer te doen en leidt doorgaans tot apathie.

Hoe is de relatie tussen de evangelische gemeenschap en die van de Messiasbelijdende Joden?

Over het algemeen kost het de evangelische Arabische en de Messiaans-Joodse gelovigen moeite bij elkaar te komen. Een van de redenen is dat zij in verschillende gebieden wonen. Ze wonen in verschillende dorpen. En als ze in dezelfde stad wonen, wonen ze in verschillende wijken. Een andere reden is dat de culturele verschillen tussen hen groot zijn. Hun visie op de eschatologie verschilt.

Dat gezegd hebbende, er is ook hoop. Verschillende kerken zijn echt gemengd. Wij, als EAI, zijn daar blij mee. Er zijn ook enkele initiatieven die de Arabische en Joodse gelovigen bijeen brengen. In dit verband is Musalaha de bekendste. Het woord betekent verzoening. Deze groep brengt Palestijnse christenen die op de Westelijke Jordaanoever wonen en Messiaans-Joodse gelovigen uit Israël bij elkaar. Er zijn ook andere initiatieven, die de barrières tussen de beide groepen afbreken. Dat is echt nodig.

Wat is de invloed van de evangelische beweging in Israël en Palestina op de samenleving?

De evangelische gemeenschap had een hele grote impact op deze regio. Dat hebben we te danken aan de pioniers van de Anglicaanse en Lutherse bisdommen in Jeruzalem. Later zien we de Amerikaanse en Duitse kolonies ontstaan in Jeruzalem en andere steden in het Heilige Land. Deze gemeenschappen hebben niet alleen wijken vorm gegeven, maar ook de maatschappij. Samen met de katholieke scholen zijn de evangelische scholen er dankbaar voor dat ze een grote invloed hebben gehad op het onderwijs. We kunnen deze invloed moeilijk overschatten. De expats waren ook leidinggevend op het gebied van de medische zorg voor christenen, moslims en Joden. In de meeste gevallen hebben locale christenen deze rollen langzaam maar zeker overgenomen.

Toch is de evangelische beweging in Israël en de Palestijnse gebieden maar heel klein. Sommigen zeggen dat er tussen de 10.000 en 20.000 Messiasbelijdende Joden zijn. Het aantal evangelische Arabische christenen in Israël en de Westelijke Jordaanoever samen is rond de 5000. Maar we moeten ook op de wijdere context letten. Wereldwijd telt de messiaanse beweging ongeveer 250.000 gelovigen en de evangelische beweging rond de 600 miljoen. De wereldwijde numerieke kracht is dus indrukwekkend. Dat beïnvloedt de wijze waarop regeringen op deze beweging in Israël en de Palestijnse gebieden reageren.


Evangelische christenen al 200 jaar in het land Israël

Sinds het begin van de 19e eeuw is de belangstelling voor het Midden-Oosten sterk toegenomen. De komst van de stoomschepen maakte het reizen gemakkelijker. Dat bood toeristen en avonturiers de kans het land van de Bijbel te verkennen.

Belangstelling voor het land van de Bijbel en terugkeer van het Joodse volk naar het land van hun voorvaderen was al gewekt door de Bijbel. Christenen kregen dankzij de Reformatie de kans die in hun eigen taal te lezen. Met name onder de Duitse piëtisten en en de Britse puriteinen ontstond het geloof dat Joden zich weer zouden verzamelen in het land Israël.

En sommige christenen besloten gelijk maar te blijven. In Jeruzalem legden ze de Duitse, Amerikaanse, Griekse en Russische wijken aan. In 1849 opende de eerste protestantse kerk in het Midden-Oosten haar deuren. Dat was Christ Church, bij de Jaffapoort in de Oude Stad van Jeruzalem. Deze Anglicaanse kerk werd gesticht om missie te bedrijven onder de Joden. Onder vele Britse christenen bestond de overtuiging dat de Joden terug zouden keren naar het land van hun voorvaderen. Later verrees in de Oude Stad ook de Lutherse Verlosserkerk.

D220-034

Buitenlandse christenen in Israël en de Palestijnse gebieden werken vandaag nog steeds op het gebied van toerisme, pelgrimage, medische zorg, ouderenzorg, onderwijs, media, sociale hulpverlening en geestelijke zorg. Hun verblijf kan kort zijn – enkele maanden – of lang – enkele jaren of tientallen jaren. Christenen die nu komen blijven in de meeste gevallen niet langer dan twee jaar, omdat hun visa dan aflopen. Ze verrichten in de meeste gevallen vrijwilligerswerk.

Verder zijn er gelovigen uit andere landen in Israël om te studeren. Afrikaanse Bijbelvertalers komen bijvoorbeeld naar het Huis van de Bijbelvertalers in de Messiaans-Joodse mosjav Yad Hashmona om Hebreeuws te leren. Andere studenten volgen colleges Bijbelwetenschappen aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem. De Bijbel is pas echt te begrijpen als de lezer of vertaler kennis heeft van het Jodendom en het land. Geen plek op de wereld is zo geschikt om deze kennis op te doen als in Israël.

Foto’s
Verpleegsters van de American Colony in Jerusalem helpen bij de distributie van brood aan de armen in de Oude Stad van Jeruzalem na de opheffing van een uitgaansverbod vanwege Arabische rellen in 1938. Foto: GPO.
De Lutherse Kerk in de Oude Stad van Jeruzalem in 1910. Foto: GPO, met dank aan American Colony.
Harry Tees. © Alfred Muller
%d bloggers liken dit: