„Vluchtelingen uit tienstammenrijk naar Jeruzalem”

JERUZALEM – Uit een opgraving in de Stad van David in Jeruzalem blijkt dat een aantal vluchtelingen uit het tienstammenrijk zich waarschijnlijk in Jeruzalem heeft gevestigd.

Het koninkrijk Israël, ook wel het tienstammenrijk genoemd, ging in het jaar 722 voor Christus ten onder. De Assyriërs voerden een deel van de Israëlieten weg naar hun eigen rijk. Ze brachten gedeporteerden in dat gebied, waarmee de achtergebleven bewoners zich vermengden.

Maar er was mogelijk nog een derde groep, die in Jeruzalem terecht kwam. Jeruzalem was de hoofdstad van het koninkrijk Juda, ook wel het tweestammenrijk genoemd.

Oudste gedeelte Jeruzalem

Archeologen concluderen dat uit zegels die ze gevonden hebben in het oudste gedeelte van Jeruzalem, waar koning David zich vestigde nadat hij de stad veroverde rond het jaar 1003 voor Christus.

De zegels werden gebruikt om brieven mee te sluiten. Als de ontvanger zag dat een zegel verbroken was, betekende dit dat iemand de brief onderweg had geopend. De brieven zelf gingen verloren toen de Babyloniërs in het jaar 586 voor Christus Jeruzalem in brand staken, nadat ze de stad hadden veroverd. Maar de zegels overleefden de verwoesting.

Archeologen Ortal Chalaf en dr. Joe Uziel van de Israëlische Oudheidkundige Dienst zeggen dat ze tientallen zegels hebben gevonden. Deze duiden er volgens hen op dat het bestuur in Jeruzalem in de Eerste Tempelperiode (ca. 960-586 voor Christus) goed ontwikkeld was.

Symbool

De oudste zegels vertonen doorgaans een symbool, dat aangaf wie de afzender was. Maar vanaf de tijd van koning Hizkia –rond 700 voor Christus– tot aan de verwoesting van de tempel in 586 voor Christus stonden de namen van functionarissen op de zegels. Deze waren gegraveerd in oud-Hebreeuws.

Een van de zegels meldt de naam ”Achiav ben Menachem”. Deze namen waren bekend in het koninkrijk Israël. Menachem was een koning in dat rijk. Achiav komt in de Bijbel niet voor, maar Chalaf en Uziel wijzen erop dat deze naam overeenkomsten vertoont met dat van Achav, ook wel uitgesproken als Achab, die eveneens koning was.

De namen Achiav en Menachem bleven dus in gebruik in het koninkrijk Juda. Dat gebeurde ondanks het feit dat Achav, of Achab, in de Bijbel een negatieve reputatie had. Ook in het Bijbelboek Jeremia in de Septuaginta –de Griekse vertaling van het Oude Testament– en in de geschriften van de Joods-Romeinse historicus Flavius Josephus (ca. 37-100 na Christus) komt de naam Achiav voor.

Een zekere Achiav kreeg blijkbaar een hoge positie in het bestuur van de stad, omdat zijn zegel op een brief werd gebruikt.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Dit artikel verscheen ook in het Reformatorisch Dagblad.

%d bloggers liken dit: