Hannah Arendt over de banaliteit van het kwaad

De Duitse filosoof Karl Jaspers, met wie Hannah Arendt van 1926 tot 1969 een correspondentie voerde, voorzag problemen. Op 14 oktober 1960 schreef hij in een brief: “Het Eichmann-proces zal niet plezierig voor je zijn. Ik ben bang dat het niet goed zal gaan. Ik ben bezorgd over je kritieke houding…” En dat bleek. Arendt kreeg problemen met haar verslag over het Eichmann-proces. 

Op 23 mei 1960 deed de toenmalige Israëlische premier David Ben Goerion een sensationele mededeling in het parlement, de Knesset. Adolf Eichmann, de beruchte oorlogsmisdadiger, was door leden van de geheime dienst gearresteerd in Argentinië. Toen Ben Goerion dit zei zat Eichmann al in een Israëlische gevangenis. De gevangenneming zou leiden tot een van de opzienbarendste nazi-processen in de geschiedenis. Dat kwam niet in de laatste plaats door de Joodse politiek denker Hannah Arendt.

De naam Eichmann was toen al bij velen bekend. Hij had een sleutelrol vervuld in de uitvoering van de Endlösung – de massamoord op Joden. Hij had zijn taak uitgeoefend met grote ijver en bureaucratische doeltreffendheid. Zelfs toen de nazi’s de oorlog begonnen te verliezen aan het westelijk en oostelijk front, ging hij onverminderd voort met het regelen van transporten van honderdduizenden Joden naar de dodenkampen.

Het Eichmann-proces beloofde sensationeler en belangrijker te worden dan de Neurenberg-processen in 1945 en 1946. David Ben Goerion zei dat het proces een aantal doelen zou dienen. Het zou in detail laten zien hoe de nazi’s de “Endlösung” uitvoerden, wat de gevolgen van het antisemitisme zijn, en dat Israël van vitaal belang is voor de voortbestaan van het Joodse volk.


Hannah Arendt

Toen Hannah Arendt (1906-1975) hoorde dat Eichmann in Jeruzalem berecht zou worden, besloot ze erheen te gaan om er verslag van te doen voor de Amerikaanse krant The New Yorker.

Ze werd in 1906 in een Joods gezin in Hannover geboren en studeerde aan de universiteiten van Heidelberg, Marburg en Freiburg. In 1933 vluchtte ze voor de nazi’s naar Parijs. Daar werd ze actief in de zionistische beweging en hielp jongeren naar Palestina te emigreren. In 1940 werd ze gevangengezet in het concentratiekamp Gurs. Ze slaagde er echter in te ontkomen en de Verenigde Staten te bereiken.

Ze werd gekozen tot onderzoeksdirecteur van de Conferentie voor Joodse Betrekkingen en gaf les aan de Universiteit van Chicago. Haar bekende werk The Origins of Totalitarianism werd in 1951 gepubliceerd. Het was duidelijk dat ze als politiek denker door zowel haar Joodse identiteit als door de Jodenvervolging was beïnvloed.


Problemen

Het Eichmann-proces zou een nieuwe gelegenheid bieden om na te denken over het fenomeen “kwaad”. Maar de Duitse filosoof Karl Jaspers, met wie ze van 1926 tot 1969 een correspondentie voerde, voorzag problemen. Op 14 oktober 1960 schreef hij in een brief: “Het Eichmann-proces zal niet plezierig voor je zijn. Ik ben bang dat het niet goed zal gaan. Ik ben bezorgd over je kritieke houding…” Zijn voorspelling zou later uitkomen.

Jaspers twijfelde er trouwens aan of het Eichmann-proces in Israël gehouden zou worden. Eichmanns misdaden gingen immers de hele mensheid aan. Hij vond: “Vonnissen die door de overwinnaars uitgesproken worden over de overwonnenen, zijn in het verleden beschouwd als politieke acties die gescheiden dienen te worden van juridische acties.”

Hoewel Arendt gedurende lange tijd niet meer expliciet over Joodse kwesties had gepubliceerd, had ze de ontwikkelingen in Israël nauwgezet gevolgd. Ze had het bestaan van de staat geaccepteerd en was trots op zijn verworvenheden. Maar ze stond ook kritisch tegenover Israël. Ze ergerde zich aan het Israëlische chauvinisme en de propaganda, en het gebrek aan belangstelling bij de politieke leiders voor het lot van de Palestijnse Arabieren.

Op 11 april 1961 begon het Eichmann-proces in Beth Ha’am (het Huis van het Volk) in Jeruzalem, destijds het grootste auditorium in de stad. Arendt was een van de vele leden van de pers die de rechtszaak bijwoonden. De zittingen duurden tot augustus.

Klakkeloze gehoorzaamheid

Eichmann zei dat hij nooit een Jodenhater was geweest en hij ontkende dat hij ooit de moord op menselijke wezens had gewild. Maar hij was wel degelijk het brein achter wat eufemistisch heette de “gedwongen evacuatie” van honderdduizenden Joden.

D409-119
Oorlogsmisdadiger Adolf Eichmann tijdens zijn proces in Beit Ha’am in Jeruzalem. GPO.

Hij zei steeds weer dat hij zijn plicht deed. Hij gehoorzaamde niet alleen orders, maar ook de wet. Hij beriep zich zelfs op de filosofie van Emmanuel Kant, maar hij verdraaide deze op een ziekelijke manier en maakte er klakkeloze gehoorzaamheid aan de staat van.


Hij gehoorzaamde niet alleen orders, maar ook de wet


Ook toen tegen het einde van de oorlog bij de nazi-leider Heinrich Himmler het idee van “gematigdheid” opkwam, verzette Eichmann zich tegen vermindering van de Jodenvervolging, want hij wist dat hij anders tegen de wensen van de Führer zou ingaan. Na de bevrijding van Hongarije ging Eichmann terug naar Berlijn, waar hij belast werd met de “strijd tegen de kerken.”

Op 16 februari 1963 verscheen het eerste deel van Arendts vijfdelig verslag in de The New Yorker. Maar al voordat het eerste artikel verscheen was er een schandaal ontstaan. De geruchten deden de ronde dat Arendt de daden van Eichmann vergoelijkte en de Joden ervan beschuldigde hun eigen ondergang te hebben gecreëerd. Ze werd ervan beschuldigd een antizionist en zelf antisemitisch te zijn. Ze had de hele holocaust platvloers gemaakt door het gebruik van de term “banaliteit van het kwaad”. De ophef zou jaren voortduren.

De artikelen werden gebundeld in een inmiddels klassiek geworden boek, getiteld Eichmann in Jerusalem: A Report on the Banality of Evil (“Eichmann in Jeruzalem: een verslag van de banaliteit van het kwaad”). Zij geeft daarin niet alleen een uitgebreid verslag van het proces, maar ook van allerlei andere factoren die met de holocaust te maken hebben.

Nieuwe interpretatie

Ze gaf aan het verschijnsel “kwaad” een geheel nieuwe interpretatie. Ze schrijft in het voorwoord van haar boek The Life of the Mind (Het leven van de geest, gepubliceerd in 1978) dat achter de frase “de banaliteit van kwaad” geen thesis of doctrine steekt. Maar ze was zich wel vaag bewust dat ze inging tegen de traditie van het denken – literair, theologisch of filosofisch – betreffende het verschijnsel “kwaad”.

“Kwaad, hebben we geleerd, is iets demonisch; het is de belichaming van satan…”, schreef ze. Maar tijdens het Eichmann-proces werd ze geconfronteerd met iets volslagen anders: “Ik werd getroffen door een duidelijke oppervlakkigheid van de dader. Deze oppervlakkigheid maakte het onmogelijk het onbetwistbare kwaad van zijn daden te herleiden naar een dieper niveau van wortels of motieven. De daden waren monsterlijk, maar de dader (…) was nogal ordinair, alledaags, en demonisch noch monsterlijk.” Het “geheel negatieve” was volgens haar niet zijn domheid, maar zijn gedachteloosheid of onnadenkendheid.


Het “geheel negatieve” was niet zijn domheid, maar zijn gedachteloosheid of onnadenkendheid


Richard J. Bernstein, een hoogleraar in de filosofie die een uitgebreide studie maakte naar de Joodse identiteit van Arendt, wijst erop dat het centrale concept in haar eerdere boek, The Origin of Totalitarianism, “overtolligheid” was. De totalitaire staat poogt menselijke wezens overtollig te maken.

Uitgeschakeld

Nu zij het Eichmann-proces had bijgewoond, richtte zij haar aandacht op het concept “gedachteloosheid of onnadenkendheid”. “Beide concepten staan met elkaar in verband. Het totalitarisme opent de afgrond van het radicale kwaad dat ernaar streeft de menselijkheid uit te schakelen. Als de menselijkheid is uitgeschakeld, zijn er geen monsterlijke of kwade motieven meer nodig om gruweldaden te bedrijven. Het kan resulteren uit gedachteloosheid – het onvermogen om te denken – van gewone, normale mensen.”

Waar Arendt in Jeruzalem zo geschokt van raakte is dat ze een persoon tegenkwam die niet zelfstandig kon denken of oordelen. Eichmann kon slechts clichés uiten. Hij had er geen moeite mee snel over te springen van het ene stelsel van regels naar een ander stelsel. Arendt was het eens met de rechters dat wat Eichmann zei slechts “leeg gepraat” was. Maar ze was het niet eens met hun stelling dat hij dat deed om zijn misdaden goed te praten. Er bestond volgens haar geen diepte bij Eichmann, maar slechts holheid en oppervlakkigheid.


Eichmann kon slechts clichés uiten


Ook heeft ze in het boek kritiek op de Joodse raden, die de Duitsers in het leven hadden geroepen, hoewel deze weinig met het Eichmann-proces te maken hadden. Als de Joodse raden niet hadden gefunctioneerd zou het aantal slachtoffers geringer geweest zijn. De raden echter lieten op de meest treffende wijze de totaliteit zien “van de morele ineenstorting die de nazi’s veroorzaakten in de respectabele Europese maatschappij – niet alleen in Duitsland, maar in bijna alle landen, niet alleen onder de vervolgers maar ook onder de slachtoffers.”

Voor Arendt was het probleem de moraliteit, of beter gezegd het gebrek daaraan. Ze zei dat het dominante geloof in haar generatie is geweest dat “moreel gedrag vanzelf spreekt.” Maar, zo voegde ze eraan toe, “niemand met gezond verstand kan daar nog in geloven.” Voor haar vloeiden de moeilijkste morele vragen niet voort uit het gedrag van de nazi’s, maar ook uit het gedrag van gewone, respectabele mensen.

Euthanasieprogramma

Verder geeft ze in het boek kritiek op het proces zelf. Ze ergerde zich er bijvoorbeeld aan dat in het proces het euthanasieprogramma niet ter sprake kwam. Hitler begon de massamoorden met het toedienen van de “genadedood” aan “ongeneeslijken” en “genetisch beschadigden” (dat wil zeggen: de patiënten met hart- en longziekten). Het is volgens Arendt duidelijk dat zo’n euthanasieprogramma op den duur tegen elke groep gebruikt kan worden. Het principe van de selectie hangt af van de omstandigheden. Het is, zo schrijft ze, “heel goed denkbaar dat in de geautomatiseerde economie in de niet te verre toekomst mensen in de verleiding worden gebracht om al degenen wiens intelligentiequotiënt onder een bepaald niveau is, te vernietigen.”

Dat het boek van Arendt veel ophef veroorzaakte was geen wonder. Ook nu nog zullen velen moeite hebben met de suggestie dat een demonische aanzet bij Eichmann ontbrak. Ook al zou er bij Eichmann onnadenkendheid en gedachteloosheid hebben bestaan, dan sluit dat nog niet de aanwezigheid van een geestelijke werkelijkheid uit.

Oordeelsvermogen

Maar Arendt heeft gelijk met haar stelling dat het opzijzetten van het oordeelsvermogen onnoemelijk veel leed kan veroorzaken. In een maatschappij die zich in technologisch opzicht steeds verder ontwikkelt is verstandelijke oppervlakkigheid en onvermogen zedelijk te denken des te gevaarlijker. Eichmann verliest ook niet zijn verantwoordelijkheid. Nergens echter in haar werk worden zijn daden vergoelijkt. Integendeel, het boek is juist een grote aanklacht tegen de nazi-misdadiger.


…opzijzetten van het oordeelsvermogen…


De verdediging zei dat Eichmann slechts een “klein radertje” was in de machinerie van de Endlösung, en niet de eigenlijke motor, zoals de aanklagers zeiden. Het hof oordeelde dat zo’n misdaad alleen uitgevoerd kon worden met de hulp van een gigantische bureaucratie die de middelen van de regering gebruikt. Eichmann verdient dan ook zijn straf.

Dood door ophanging 

Op 11 december 1961 deed het hof uitsprak. Eichmann werd tot de dood door ophanging veroordeeld. De verdediging ging in beroep, maar op 29 mei 1962 werd de uitspraak bevestigd door het hooggerechtshof. President Itzhak Ben-Zvi wees de verzoeken om gratie, van zowel Eichmann zelf als van een aantal rabbijnen en professoren van de Hebreeuwse Universiteit onder leiding van Martin Buber, van de hand.

Op donderdag 31 mei 1962, vlak voor middernacht, werd Eichmann uit de dodencel gehaald. Hij weigerde de bijstand van dominee William Hull. Hij zei dat hij een “Gottgläubiger” was, waarmee hij in gebruikelijke nazi-taal wilde uitdrukken dat hij geen christen was en niet in het leven na de dood geloofde. Hij prees Duitsland, Argentinië en Oostenrijk, waarvan hij zei: “Ik zal hen niet vergeten.”

“In het aangezicht van de dood, vond hij een cliché dat gebruikt werd in begrafenisretoriek”, schrijft Arendt. Na de ophanging werd zijn lichaam verbrand en de as werd uitgestrooid op de Middellandse Zee, buiten de territoriale wateren van Israël.

Dit artikel werd op 5 mei 2000 in het Reformatorisch Dagblad gepubliceerd 


0140187650.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_

Arendt, Hannah. Eichmann in Jerusalem : A Report on the Banality of Evil. New York, N.Y., U.S.A: Penguin Books, 1994.


image001.png

Jemima is een christelijke organisatie die zich richt op het verlenen van zorg aan mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking in Bethlehem. Maakt u dit mede mogelijk?

www.jemima.nl