De wereld rond het busstation

Ik besluit, voordat ik het centraal busstation binnen ga om cappuccino te drinken, een kijkje te nemen in de buurt. In de Jaffastraat, waaraan het station gelegen is, en aan de daaraan parallel lopen de Shachar Boulevard, bevinden zich de bushaltes van de stadsbussen.

“Tel-Aviv-Tel-Aviv-Tel-Aviv-Tel-Aviv-Tel-Aviv-Tel-Aviv”. Een man doet zijn uiterste best passagiers in de gele taxibusjes te krijgen. Maar de mensen trekken zich niets van hem aan. Ze zeulen hun koffertjes langs hem heen in de richting van de rijen voor de ingang van Jeruzalems centraal busstation.

ALMU20110527_1622

Tegenover het busstation, zit een bedelaar op de grond, met een grijs colbertje en een pet op. Honderden lopen langs hem heen. Sommigen verrichten een rechtvaardige daad door hem wat te geven. Achter hem bevinden zich de stands waar het publiek de aanvraag voor de magnetische kaartjes van de tram kan indienen. Ook bevindt zich hier een verkoper van bloemen voor de sjabbes. Daarnaast bevindt zich een lange rij vervallen en dichtgemetselde panden.

Snarenbrug

Het tramstation tegenover het busstation is klaar. Metalen bankjes en de borden met de wachttijden zijn aangebracht. Een paar honderd meter naar het westen loopt de trambaan omhoog. De trambaan voert over de Snarenbrug, die over een druk kruispunt is gebouwd. Ook de tram zelf komt af en toe langs. Deze neemt geen passagiers mee. Dat is – tot grote ergernis van de Jeruzalemmers – nu al maanden zo.

ALMU20110527_1643

Op het wandelpad tussen de Jaffastraat en de Shachar Boulevard bevinden zich drie personen, die met hun bedelbekers op en neer rammelen. Het pad voert langs een metaalkleurige schutting, die is aangebracht rond de bouwput waar het ondergrondse treinstation wordt aangelegd. Ik kom uit bij de bushaltes waar in maart de Wycliffe bijbelvertaalster Mary Gardner haar leven verloor bij een terreuraanslag.

Om aan de overkant van de boulevard te komen, moet ik een trap af. Deze mondt uit in een ondergrondse corridor. Aan de muren zijn posters geplakt van de Lubavitcher rebbe (de in 1994 overleden rebbe Menachem Mendel Schneerson, die volgens Chabad chassidim de messias zou zijn) en van ‘nationaal links’.

ALMU20110527_1631

De politieke posters met de gezichten van Jitschak Rabin en David Ben Gurion en de woorden ‘ik zwijg niet wat mijn land heeft zijn gezicht verloren’, zijn aan flarden gescheurd. Ik kom vandaag geen bedelaars tegen in deze onderaardse ruimte, wel een jongeman die het vioolspel onderbreekt om een sigaretje op te steken.

Ik loop terug in de richting van het centraal busstation. Rondom het station blijken allerlei nieuwe winkels te zijn. Een van de winkels waar ik nog nooit in geweest ben heet HaKolBezol (“Alles Goedkoop”). De man voor de deur pakt mijn rugzak ter bommencontrole aan de zijkanten even beet, licht deze enkele millimeters omhoog en laat mij doorlopen met de woorden: “shalom, gezondheid, alstublieft”.

In het station

Voor de ingang van het station staat een rij. De reizigers lopen door een poortje, dat alarm geeft bij wie de sleutels of het mobieltje in de zak heeft laten zitten. Tassen en koffers worden op een tafeltje naast het poortje gezet. Deze moeten vervolgens op de lopende band geplaatst, waar ze worden opgeslokt door een grote scanmachine, die ze na drie meter weer aanbiedt.

ALMU20110527_1637

In het centraal busstation klinkt uit de luidsprekers een jazzmuziekje. Dit wordt onderbroken door een opgewonden mannenstem die producten aanprijst. Een omroepster deelt mee dat iemand bij de poort van lijn 480 (Arlozorof-Tel Aviv) een zwarte koffer heeft laten staan. Deze mededeling zal zich om de pakweg vijf minuten herhalen. De omroepster maakt een steeds zenuwachtiger indruk, maar er is verder niemand die zich eraan stoort.

Sieraden

In het gebouw zijn allerlei winkels. De stand met sieraden blijkt aantrekkingskracht uit te oefenen op jonge orthodoxe vrouwen. Een jonge orthodoxe man doet bij het standje van de Chabad chassidiem een vergeefse poging mij de gebedsriemen om te slaan. Verder zijn hier kledingwinkels, een drogist, snoepwinkels en stands voor mobiele telefoons. Niet iedereen heeft haast naar huis te komen: bij de koffiestands zijn bijna geen vrije stoeltjes meer.

Op de hoogste verdieping staat een rij voor de ticketsbalie. Wie een kaartje aan het loket koopt, is goedkoper uit dan bij de chauffeur. Het publiek voor het loket is gemêleerd, orthodoxe en seculiere Israëli’s en toeristen. De laatsten zijn herkenbaar aan de korte broeken en afwijkende petjes.

Op schermen staat aangekondigd hoe laat de bussen bij welke poort vertrekken. Efrat, Nazareth, Rehovot, Raanana, noem maar op. Op de bankjes van de bus naar Asdod, laten soldates hun hoofd rusten op hun armen. Tot de kleinste plaatsjes toe waar ik nog nooit van gehoord heb, beloven de Eggedbussen de mensen heen te brengen. Moet u naar de Westoever? Geen probleem, de bussen naar de nederzettingen hebben kogelvrij glas. Verreweg het drukste is het bij de poorten van de buslijnen naar Tel Aviv.

ALMU20130621_2809

Na anderhalf uur rondgekeken te hebben in deze wonderlijke combinatie van oud en nieuw, van verval en moderniteit, is het voor mij de hoogste tijd me het gebouw uit te spoeden en me in een van de volle stadsbussen te proppen om naar huis te gaan.

One Comment

Add yours →

  1. Hoi Alfred,

    Leuk stukje, pakkend geschreven. Ik wacht op een nieuw boek van je… 🙂

    Groet,
    Walter

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: