Rondom de Barmhartige Samaritaan

Mijn eerste gedachte was: hebben we genoeg water bij ons? Water is hier cruciaal om je goed te blijven voelen. En om na een tijd niet flauw te vallen.

Daar stonden we, met een paar vrienden, langs de kant van de weg, tussen Jericho en Jeruzalem. Het verkeer raasde langs ons heen. De weg voert meer dan 1000 meter omhoog over een afstand van ongeveer 30 kilometer. De motor kon het niet meer bolwerken en raakte oververhit.

Het enige wat we konden doen is wachten tot de wagen zou zijn afgekoeld. De rood-grijze heuvels aan weerszijden van de weg waren slechts bedekt met stenen. Geen boompje in de buurt waaronder we konden gaan schuilen tegen de grootste vijand in dit gebied: de zon.

Ik moest denken aan het verhaal van de Barmhartige Samaritaan. Wie zou hier stoppen om ons hulp aan te bieden?

We moeten daar ongeveer een half uur gestaan hebben. Slechts enkelen stopten.
Het eerste aanbod kwam van de chauffeur van een zware oplegger die knarsend en piepend tot stilstand kwam. De Palestijn stak zijn hoofd door het raampje en vroeg of hij moest helpen. ‘Nee bedankt, het komt wel goed’, antwoordden we. Het gevaarte zette zich weer in beweging. Even later stopte een olijfgroene truck. De soldaten vroegen of we hulp nodig hadden. We zeiden dat het wel zou lukken. Ze daalden verder af, in de richting van de Dode Zee. Toen de motor voldoende was afgekoeld, vervolgden ook wij onze weg.

Route

Deze route tussen Jeruzalem en Jericho speelt een prominente rol in de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan (Lucas 10:30-37). We lezen daar over iemand die een reis maakte en door rovers werd overvallen en mishandeld.

Het is voor te stellen dat hij hier werd beroofd. De weg moet vrij eenzaam geweest zijn. De temperaturen kunnen oplopen tot over de 40 graden.

040815A Judese Woestijn (1)
Een oude, eenzame weg tussen Jeruzalem en Jericho. © Alfred Muller

Maar helemaal verlaten was de weg niet. Door dit gebied trokken in de tijd van het Nieuwe Testament de Joden als ze tussen Galilea en Jeruzalem reisden. Ook priesters en Levieten trokken over deze weg. Zij verrichtten in Jeruzalem de tempeldienst. Jericho was een van de steden die hun was toegewezen.

In Jericho bereikten de reizigers de bewoonde wereld. Daar was een eeuwenoude oasis. Koning Herodes de Grote (37-4 v.Chr.) had bij Jericho zijn winterpaleis en een hippodroom met amfitheater laten aanleggen. Ook liet hij en aquaducten bouwen om landen te irrigeren en water naar zijn winterpaleis te leiden.
De route tussen Jericho en Jeruzalem werd pas later ontwikkeld door de Romeinen. Dat gebeurde mogelijk tijdens de eerste Opstand tegen de Romeinen (66-70 n.Chr.), met het doel legermaterieel te verplaatsen naar Jeruzalem, om daar de rebellie neer te slaan.

Samaritaan

We lezen dat een Samaritaan te hulp schoot. Het Samaritaanse volk is ontstaan uit een mengeling van Israëlieten die niet door de koning van Assyrië in ballingschap waren gestuurd en door mensen uit zijn rijk die hij naar Samaria had gestuurd. Toen de Joden terugkeerden uit de Babylonische ballingschap, merkten ze dat de Samaritanen zich als de ware volgelingen van Mozes beschouwden.

De Samaritanen beleefden hun gouden eeuw in de vierde eeuw voor Christus, toen Baba Rabba hun politieke autonomie had gegeven. Er ontstond een opleving van literatuur, godsdienst, taal en bouw van synagoges.

De Samaritanen geloofden dat de Berg Gerizim de plek was waar God aanbeden wilde worden. Ze bouwden hun tempel aan het begin van de tweede eeuw v.Chr. Lang hebben ze er niet van genoten. Tachtig jaar later namelijk – in 108 v.Chr. – vernietigde de Hasmoneese leider Johannes Hyrcanus het heiligdom. Maar de herinnering bleef. “Onze voorouders vereerden God op deze berg”, vertelt de Samaritaanse vrouw Jezus.

De hedendaagse Samaritaanse gemeenschap telt slechts 750 zielen. Een deel van hen woont op de Berg Gerizim bij Nablus in Samaria en een ander deel in de Israëlische stad Holon.

Ze hebben hun eigen rituelen en een eigen kalender. De vrouwen in de gemeenschap moeten met een Samaritaanse man trouwen. De mannen hebben meer keus. Ze mogen met een moslima, christin of Jodin trouwen, maar voorwaarde is wel dat ze zich bij de Samaritaanse gemeenschap aansluit.

001622 Synagoge Samaritanen (1).jpg
Synagoge Samaritanen. Foto’s: Alfred Muller

Herberg

De Samaritaan bracht de reiziger naar een herberg. Het is mogelijk dat er in de tijd van Jezus een herberg halverwege tussen Jeruzalem en Jericho gestaan heeft. Archeologen hebben ook overblijfselen uit het begin van de jaartelling gevonden. Zeker is in elk geval dat op deze plaats een karavanserai is geweest.

Vandaag staat halverwege de route tussen Jeruzalem en Jericho ‘het museum van de Barmhartige Samaritaan’. In het museum zijn oude mozaïeken en andere archeologische voorwerpen te zien uit christelijke kerken en Joodse en Samaritaanse synagogen die in Judea, Samaria en Gaza gestaan hebben.

Naast het gebouw bevindt zich een gedeeltelijk gerestaureerde kerk uit de Byzantijnse tijd. Byzantijnse tijd christenen associeerden deze plek namelijk met de Herberg van de Barmhartige Samaritaan.

De Israëlische Dienst voor Natuur en Parken heeft in 2009 het museum en de Byzantijnse kerk na een grondige renovatie door de afdeling Archeologie in Judea en Samaria weer opengesteld.

Hoogste punt

Vandaag wonen er op bepaalde plaatsen in de Judese woestijn bedoeïenen. Ook zijn er enkele nederzettingen. En dichter in de buurt van Jeruzalem ligt de stad Ma’ale Adumim, met het daarbij behorend industriegebied Mishor Adumim. Ma’ale Adumim s een Bijbelse naam, die vertaald zou kunnen worden met ‘de rode helling’. De rode glans van het landschap is ontstaan door ijzerdioxide in de grond.

Vanaf de hoogste punten in aan de oostzijde van Jeruzalem is er een prachtig uitzicht op het gebied. Het landschap is kaal, want dit gebied ligt in de regenschaduw. Regen valt vrijwel alleen ten westen van de bergrug die van van het noorden naar het zuiden van Israël loopt. In de verte de blauwe Dode zee en daarachter de roodachtige bergen van Moab. Vanwege de steile afdaling slijpt het water ravijnen uit, die nauwelijks bij elkaar komen. De wadi’s hebben steile berghellingen, met een hoogte van soms 300 meter of meer. Met uitzondering van Engedi, Jericho en enkele andere plekken bood deze wildernis van Juda geen permanente woonplaats.

Maar het was nou precies deze verlatenheid die de zoekers naar God aantrok. En wat zij achter gelaten hebben is hier en daar nog steeds te zien.

Dode Zeesekte

Neem de Dode Zeesekte. In de grotten rond de Dode Zee zijn archeologische ontdekkingen gedaan die tot de belangrijkste van de mensheid behoren. De beroemdste zijn de Dode Zeerollen.

Deze manuscripten zijn vermoedelijk gemaakt door een groep Joden die in de nederzetting Qumran woonde en tot de Essenen behoorde. In de buurt van de Dode Zee wilden de leden van deze sekte een puur en heilig leven leiden. Tijdens de Eerste Joodse Opstand (66-70 n.Chr.) tegen de Romeinen verborgen ze de manuscripten omdat ze vreesden dat die gevaar liepen.

Woestijnvaders

In latere eeuwen volgden de woestijnvaders. Eerst trokken ze naar de woestijn in Egypte. Aan het einde van de vierde eeuw waren er al duizenden kluizenaars. Niet alleen in Egypte, maar ook in Syrië, Armenië, Cappadocië en elders. Vaak ging het om mensen die niet veel hadden geleerd en niet in staat waren het Nieuwe Testament in het Grieks te lezen. Zij gebruikten hun eigen taal, Koptisch of Oud-Syrisch, bijvoorbeeld. In stilte en eenzaamheid, in afgelegen grotten bij verlaten wadi’s, spraken zij met God en vochten zij met de duivel.

800px-Saint_Chariton
St. Chariton. Foto: Wikipedia

Chariton was een van de eersten die naar de Judese woestijn trok. Hij arriveerde in de vierde eeuw naar Jeruzalem. Het verhaal wil dat rovers hem gevangen namen en naar een grot brachten in de woestijn. Een adder vergiftigde de wijn van zijn gijzelhouders en zij stierven. Hij besloot te blijven en richtte een klooster in Ein Fara op.

Kloosters

In de woestijn staan vandaag nog verschillende oude kloosters. Enkele zijn nog steeds bewoond. Dat geldt bijvoorbeeld voor het Mar Sabas klooster. St. Sabas (439-531) was in de Byzantijnse periode een van de belangrijkste leiders van de kloosterbeweging in de Judese woestijn. Zijn laura aan de Kidronbeek bood plaats aan honderden monniken. Een laura of lavra is een groep kloostercellen voor kluizenaars, met een kerk en een eetzaal in het centrum. Het klooster ligt nog even schilderachtig als afgelegen in de Judese woestijn, ten oosten van Bethlehem en trekt relatief weinig bezoekers.

990730 Mar Sabbas klooster (1)
Mar Sabas. © Alfred Muller

Vandaag wonen er nog steeds Griekse monniken in het Mar Sabasklooster. Ze staan alleen mannelijke bezoekers toe. Wat grote indruk op mij maakte toen ik het complex eens bezocht waren de opeengestapelde schedels van de vroegere bewoners. ‘Dit zijn de martelaren die in 614 door de Perzen werden vermoord’, vertelde de Grieks-orthodoxe priester die mij rondleidde. Ze houden hen in de gedachtenis: al die generaties heremieten die de Judese woestijn hebben bevolkt met het doel zo dicht mogelijk bij God te leven.

Dit artikel verscheen ook in NEM Nieuws.

Beeld top: De Herberg van de Barmhartige Samaritaan tussen Jeruzalem en Jericho in 1890. Foto: Bonfils, GPO.

%d bloggers liken dit: