De Graftuin

De 19e eeuwse zendeling, modelbouwer en correspondent voor het Palestina Onderzoek Fonds, Conrad Schick, schreef in 1874 over de ontdekking van een grot ten noorden van de Oude Stad van Jeruzalem. De vondst was tien jaar eerder gedaan door een landbouwer die de grond in cultuur wilde brengen. Op zich was de ontdekking niet bijzonder: tegen het einde van de negentiende eeuw waren er honderden van dergelijke grotten bekend. Ten noorden van de Oude Stad van Jeruzalem was namelijk een begraafplaats.

Na de ontdekking werd het graf eerst Gordon’s Tomb genoemd. Dat is: ‘het graf van Gordon’. De Britse generaal-majoor Charles George Gordon (1883-1885) verbleef enige tijd in Palestina, tussen zijn ambtsperioden als gouverneur in Khartoem door.

Platte dak 

Hij ontwikkelde een nieuwe traditie over de locatie van het graf van Jezus. Bertha Spafford Vester schrijft in haar boek ‘Our Jerusalem’, dat ze in een huis woonde in de Oude Stad , vlakbij de Damascus Poort. Als Gordon bij hen op bezoek was, zat hij op een stoel op het platte dak en bracht uren door met het bestuderen van de Bijbel. “Het was daar dat hij het idee kreeg dat de heuvel aan de andere kant van de noordelijke stadsmuur in werkelijkheid Golgotha was, de ‘plaats van de schedel’.”

De rots waarin generaal Gordon de vorm van een schedel zag.
De rots waarin generaal Gordon de vorm van een schedel zag.

In 1894 richtten Britse christenen de Graftuin Vereniging op, die kans zag de rots en de omliggende tuin te kopen. In de buurt bevond zich ook een rots, waarin de vorm van een schedel (Golgotha) kan worden gezien. Het plateau waarin de vorm te zien is, al-Sahera genaamd, diende als steengroeve. De rotswand is dus kunstmatig ontstaan. Nu bevindt zich de rots een moslim begraafplaats op.

Er ontwikkelde zich een polemiek tussen katholieken en Britse protestanten over de authenticiteit van de plek. Katholieke en orthodoxe christenen hielden het erop, dat de plaats van Golgotha en het graf in de Heilige Grafkerk was. Wetenschappers achten dat ook waarschijnlijk.

De bekende Jeruzalemse archeoloog Gabriël Barkai concludeerde in ‘Biblical Archaeological Review’ (BAR) dat “de grot in de Graftuin oorspronkelijk in de tweede periode van de ijzertijd werd uitgehouwen, ergens in de achtste of zevende eeuw voor Christus.” De manier waarop het graf in de Graftuin uitgehouwen is – twee kamers naast elkaar – is typerend voor de Eerste Tempelperiode (1006-586 voor Chr.).

Kloostercomplex

De grot werd in de vijfde tot zeven eeuw na Christus opnieuw gebruikt als begraafplek. Uit deze tijd dateert ook een kruis dat op de wand is geschilderd. Het graf behoorde in die tijd waarschijnlijk tot een kloostercomplex, die in de vijfde eeuw gebouwd werd bij de Kerk van Stephanus. In de kruisvaardertijd werd de ruimte gebruikt als spijzenkamer. In bepaalde perioden in de geschiedenis werd de ruimte ook gebruikt voor landbouwdoeleinden.

In het lege graf. 
In het lege graf.

In de tuin is ook een waterput te zien, die een grootte heeft van 9 bij 20 meter. Deze is voor toeristen niet toegankelijk. Het regenwater dat er in wordt opgevangen dient voor de besproeiing van de tuin. In 1924 werd er nog een wijnpers ontdekt.

De fraai onderhouden plaats en de archeologische vondsten maken de Graftuin tot een geliefd pelgrimsoord voor vooral protestanten waar ze zich beter dan waar dan ook een voorstelling kunnen maken van de grootste gebeurtenis in de wereldgeschiedenis.

Bijbehorende Bijbeltekst:
“Dicht bij de plaats waar Jezus gekruisigd was lag een olijfgaard, en daar was een nieuw graf, waarin nog nooit iemand begraven was.” (Joh. 19:41, NBV)

 Dit artikel verscheen ook in Israel Aktueel in de serie Bijbelse geografie en archeologie. 

Zie ook: Iedereen is welkom in de Graftuin.

%d bloggers liken dit: