Danny Kopp: Ik moest wel snel Arabisch leren

Achter de ijzeren voordeur bevindt zich een klein vertrek met fietsen. De trap voert naar een ruim appartement met een hoog plafond. Daar bevindt zich Danny Kopp (1977), telg uit een geslacht van Amerikaanse zendelingen en evangelisten.

Zijn vader was jarenlang voorganger van een internationale gemeente in Jeruzalem en voorzitter van de Evangelische Alliantie in Israël.

Zoals zo veel kinderen van expats bezocht hij de anglicaanse school in Jeruzalem. Dankzij zijn studie daarna aan de Kelsey school in Amman (Jordanië) spreekt hij ook vloeiend Arabisch. „Ik woonde bij een Jordaanse familie, die geen Engels sprak. Dus ik moest wel snel Arabisch leren.”

Van 2005 tot 2010 woonden hij en zijn vrouw Eva in Washington. Eerst verdiende hij de kost als analist van de Arabische media op het ministerie van Buitenlandse Zaken, daarna als inspecteur voor de reconstructie van Irak bij het Congres. Maar ze besloten naar Jeruzalem terug te keren. „We wilden bij onze familie zijn. Ook wilden we dat onze drie zonen hier in Israël op zouden groeien.

Hun drie zonen gaan naar de Hand in Hand school in Jeruzalem. Daar zitten zowel Joodse als Arabische leerlingen op. Ze leren zowel Hebreeuws als Arabisch. „We willen dat ze zich thuis voelen in beide gemeenschappen”, zegt hij vanaf de stoel voor de boekenkast. “We kunnen ons niet meer voorstellen om geen toegang tot beide partijen te hebben. De taal speelt daarbij een belangrijke rol.”

Danny en Eva Kopp houden contact met burgers uit zowel de Hebreeuwstalige Israëlische als de Arabischtalige Palestijnse gemeenschap. Met hun poging beide groepen te begrijpen horen ze tot een zeldzaam soort. De expats kiezen normaal gesproken partij. En hoe.

Het conflict heeft grote invloed op dit land. Wat is de invloed op de kerk?

Het conflict heeft zeer zware schade aangericht. Het heeft in belangrijke mate een einde gemaakt aan ons christelijk getuigenis. De meeste gelovigen kunnen niet scherp meer zien. Het heeft het geloof van de meeste christenen verwrongen. Ik heb het nu over buitenlandse christenen, Arabische christenen en messiasbelijdende Joden. Als christenen bijvoorbeeld moeten kiezen tussen enerzijds vergeving schenken en de naaste liefhebben – zoals de Heere Jezus van ons vraagt – en anderzijds vasthouden aan land, nationale symbolen en nationale trots, dan wint het laatste het.

Welke rol speelt de christelijke ethiek dan nog?

Ze denken dat ze daarmee rekening houden. Palestijnen hebben het gevoel dat hun onrecht aangedaan is. Dat onrecht corrigeren is een ethische kwestie. Maar dat recht geldt alleen voor hen. Als hun recht wordt ingewilligd, betekent dat dat er inbreuk wordt gepleegd op rechten aan de Israëlische kant. Zij zeggen: „Dat moet dan maar. Israël is tenslotte de sterke partij.” Maar recht dat geen rekening houdt met alle kosten, is geen volkomen recht.


Recht dat geen rekening houdt met alle kosten, is geen volkomen recht


Messiasbelijdende Joden, Israëliërs en christenzionisten willen vasthouden aan Israëls recht op veiligheid en land. Zij zeggen dat Israël leeft in een zee van islamitisch terrorisme. Dat is ook waar. Maar ook dit is slechts een deel van de waarheid.

Natuurlijk zijn er mensen die begrijpen dat we niet verder komen met deze halve vormen van recht. Ze zeggen: laten we bezig zijn met creatieve oplossingen die uitvoerbaar zijn. Nu praten we over compromissen van beide zijden. Dan wordt met de belangen van alle partijen rekening gehouden. Compromis heeft dan niet alleen het doel recht te doen, maar ook om verzoening te bereiken.

Khalil Sakakini als voorvechter Palestijns nationalisme

Danny Kopp specialiseert zich op het ogenblik aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem in de Palestijnse christen Khalil Sakakini. Waarom juist hem? “Ondanks dat dit conflict zo uitvoerig bestudeerd is, geven mensen nog zo vaak een simplistische analyse. Die komt vanuit de pro-zionistische of de pro-Palestijnse hoek. Maar Sakakini bewijst dat het gaat om de ene laag van complexiteit op de andere. Eenvoudige antwoorden zijn er niet. Dat is wat mij aantrok. Hij is ook heel eerlijk, en dat is zeldzaam.”

ALMU20160708_9267
Een van de dagboeken van Sakakini.

Kopp stelt duidelijk dat deze beroemde Palestijnse christen geen perfect persoon was. “Hij had ook zijn vooroordelen. Maar hij deed wel zijn best zo objectief mogelijk te zijn. Dat kon hij, omdat hij getalenteerd was en vrienden had met verschillende achtergronden. Zij hielpen hem vanuit verschillende invalshoeken tegen de wereld om hem heen aan te kijken. Dat gebeurde in een tijd waarin de diverse groepen zich nog maar zelden met elkaar mengden.

Het is waar dat aan het einde van de Ottomaanse periode en tijdens het Britse Mandaat er meer contact ontstond tussen de verschillende gemeenschappen. Maar Sakakini wijst er ook op hoe weinig ze van elkaar wisten. De moslims in de Oude Stad van Jeruzalem hadden zelfs een ander accent dan de christenen. Sakakini zegt dat toen hij volwassen werd, hij nog geen moslim kende. En toch zien Palestijnse historici hem als hét voorbeeld van een persoon die vrienden had in elke gemeenschap.

Wat was Sakakini voor een man?

Hij leefde van 1878 tot 1954. Hij was Grieks-orthodox, ging naar een christelijke school, specialiseerde zich in het onderwijs en richtte een eigen school op in Jeruzalem. Zijn onderwijsmethode was revolutionair. De kinderen kregen geen lijfstraffen. Jongens en meisjes, christenen, moslims en enkele Joden gingen naar zijn school. Godsdienst kregen de scholieren niet, gymnastiek wel.


De kinderen kregen geen lijfstraffen


Ook de manier waarop Arabisch werd gegeven was modern. Hij werd inspecteur voor het onderwijs voor de Britten en hij was een van de weinigen met een auto. Tot voor kort werden zijn boeken over onderwijs overal in de Arabische wereld gebruikt. Hij stierf in 1954 in Egypte.

Waarin waren christenen en moslims in zijn tijd verschillend?

Aan het einde van de 19e eeuw nam de invloed van christelijke gemeenschappen enorm toe. Buitenlandse christenen bouwden scholen, waar goed onderwijs werd gegeven. In de tijd van het Britse Mandaat kon driekwart van de christelijke mannen lezen en schrijven, terwijl de meeste moslims dat nog niet konden. Bijna alle kranten waren in handen van christenen. Christenen vormden maar tien procent van de bevolking, maar de helft van de ambtenaren, artsen, advocaten en andere professionals waren christenen. Dat veroorzaakte weer wantrouwen.

Het waren ook deze christenen die sterk nationalistisch waren.

Ja, en dat begon al vroeg. Als reactie op de Ottomaanse politiek begon zich het Arabisch nationalisme te ontwikkelen. De Arabieren kregen het gevoel dat het Ottomaanse belastingsysteem niet fair was. In de Eerste Wereldoorlog begon het Arabisch nationalisme te groeien. Toen die oorlog voorbij was, ontstond er een strijd tussen verschillende ideologieën: Arabisch nationalisme, Syrisch nationalisme en plaatselijk Palestijns nationalisme. Dit Palestijnse nationalisme begon zich verder te ontwikkelen als reactie op het zionisme. Al die ideologieën waren met elkaar in strijd.


Palestijns nationalisme begon zich verder te ontwikkelen als reactie op het zionisme


Dat zie je ook in Sakakini’s denken. Hij begon als een loyale Ottomaanse onderdaan. Daarna werd hij een fel Arabisch nationalist. Eerst zette hij zich af tegen het Palestijnse nationalisme. Dat was vooral omdat hij dacht dat dat geen kans had tegenover de zionisten. Hij zei: wij hebben alleen kans als wij verenigd blijven binnen het pan-Arabisme of het Groot-Syrië. Alleen redden we het niet. Toch noemde hij zich de hele tijd Palestijn. Ten slotte eindigde hij als Palestijns nationalist.

Dit is het tweede deel in de zomerserie.
Deel 1: Professor Menachem Klein: Israël is conservatiever geworden’
Deel 3: Bishara Awad: ‘We hebben vader in de tuin begraven’
Deel 4: Robi Damelin: ‘Wie niet wil helpen met de oplossing, moet ons alleen laten’
%d bloggers liken dit: